Monday, September 23, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



Platgetreden paden
Henk Moorman
 
 
 
 
Ik wil het eens hebben over wat je zou kunnen noemen ”plat getreden paden”.
Ik zal eerst een gedeelte lezen uit Hebreeën.
 
Hebreeën 2 vers 10-18.
“Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden zijn allen uit één; daarom schaamt Hij zich niet hen broeders te noemen en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik u lofzingen”,
en nog eens:
“Ik zal op Hem vertrouwen”
en nog een keer
“Ziehier, Ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft”
“Daar nu de kinderen aan vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij (het gaat over Jezus) door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen en allen zou bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen ontfermt Hij zich niet, maar Hij ontfermt zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen.”
 
Wat kunnen we daaruit leren? Vanochtend heb je gehoord, het klinkt door alles heen: we zijn aan het ontdekken hoe God werkelijk is. We zijn bezig te veranderen in ons denken. Tegelijkertijd bemerk je natuurlijk ook dat dat  af en toe knap moeizaam gaat. Dat je denkt  “dit zijn gedachten die heb ik al wel tien jaar gehoord en toch lijkt het soms alsof het heel moeilijk is, alsof het er niet in wil, alsof het niet deel van jezelf wil worden. Hoe graag je het ook wil en hoe je je best ook doet.
 
Ik moest toen denken aan gelijkenis van de zaaier waar Jezus vertelt hoe het komt dat een hele hoop zaad wel uitgestrooid wordt, maar uiteindelijk niets oplevert. En het eerste wat er misgaat dat er zaad op de weg, op het pad terechtkomt. En dat is niet op de asfaltweg want die had je toen nog niet, maar dat zijn de paden door de velden. Waarom zijn het paden geworden? Omdat mensen daar altijd liepen, steeds langs dat zelfde traject, en dat is daardoor van lieverlee door alle jaren heen steeds meer aangestampt en zo hard en stug geworden dat het een pad werd, een platgetreden en ingesleten pad. Het zaad valt er wel op maar vindt er geen toegankelijke bodem. Het wordt meteen ook weer weggepikt door de vogels, zegt Jezus. Het heeft dus geen effect, het werkt niets uit.
“Plat getreden paden”. Ik denk dat je die ook nogal eens in de gedachtewereld van mensen tegen komt. Dat je als mens platgetreden paden in jezelf hebt, doordat je bepaalde dingen zo vaak gehoord hebt. Doordat je grootgebracht bent met dingen in je geestelijke opvoeding in de kerk of de kring waar je het evangelie hebt leren kennen. Doordat je leringen aangereikt hebt gekregen, niet in vrijheid, maar het werd er ingestampt. Ik zie mezelf nog zitten met dat aanteken-schriftje en maar schrijven en maar noteren. Dat moest je vervolgens allemaal goed in je hoofd opslaan, want dan wist je tenminste hoe het precies in elkaar zat.
 
En aan de ene kant is er natuurlijk niets verkeerds aan om te onderwijzen hoe de zaken geestelijk in elkaar zitten en om je daarin te verdiepen. Maar het gaat om de sfeer waarin dat gebeurt en de geest van waaruit de dingen zo worden aangestampt. Waarom is dat nodig? Iemand die oprecht is en iets als waarheid herkent zal het met vreugde aannemen. Daar is geen dwang en drang en geen eindeloze herhaling voor nodig. Als die methode toch wordt toegepast dan ontstaan op een gegeven moment platgetreden paden in je denken. En als je daar vervolgens ander zaad op strooit, het zaad van de vrijheid, dan ontdek je dat het niet eens de kans krijgt om wortel te schieten, zo hard is de ondergrond.  Vaak zit daar ook de opvatting achter dat geloven een kwestie is van het overnemen en aannemen van een denksysteem, van een geheel van leringen en waarheden. Een geheel van gedachten en uitspraken over hoe God is en hoe de werkelijkheid in elkaar zit. En tegen dat geheel zeg je dan: “ja dat geloof ik”. En dat is dan je geloof. Je krijgt als het ware als compleet pakket aangereikt en als pakket zeg je ja dat accepteer ik, en dan heb je geloof.
 
Je bemerkt nogal eens dat mensen die zo geloven vaak niet zeggen “ik geloof” maar: “wij geloven” of “bij ons in de gemeente geloven we dat het zus en zo is”. Dan heb je het “pakket-geloven”, om het zo maar te noemen. Dat krijg je als geheel voorgeschoteld en dat wordt er dus flink ingestampt. Het is net als met de tafels van 1 tot en met 10. Het is een kwestie van eindeloos herhalen en dan komt het er goed in te zitten. Ja, en zie het er dan maar weer eens uit te krijgen!
 
Wat zijn nu van die platgetreden paden? Je kunt zelf, denk ik, wel voorbeelden bedenken. Wat ik net noemde: de opvatting dat geloven een kwestie is van een geheel aan waarheden overnemen en goed inscherpen, dat is zo’n platgetreden pad.
 
Nog andere voorbeelden: een God die gehoorzaamheid eist van mensen. Waarbij de rolverdeling zo is dat God spreekt en dan is het aan de mens om ja en amen te zeggen. Dat is zo’n platgetreden pad. Hoe diep zit dat er niet in, dat het zo werkt tussen God en mensen.?
En als je dan kijkt naar Abraham, de “Vader van de gelovigen”, dan zie je dat het anders is, dat Gód anders is. Abraham gaat gewoon in discussie met God. Jammer genoeg niet toen hij dacht dat hij zijn zoon moest offeren, maar wel toen hij hoorde dat twee steden helemaal omgekeerd zouden worden. Dan zegt hij niet “God U zegt het, U hebt gesproken en dan zal er alle reden toe zijn, het zij zo, wie ben ik nog om daar iets over te zeggen”. Nee, hij gaat het gesprek met God aan. Je moet het voor de aardigheid zelf eens lezen. Het staat in Genesis, hoofdstuk 18. En Abraham doet dat ook niet heel omzichtig. Zo van “God ik wil niet brutaal zijn, maar misschien mag ik daar ook nog iets over zeggen”. Nee, als die mannen die de boodschap over Sodom en Gomorra zijn komen brengen weer zijn verdwenen, dan staat er gewoon: “en Abraham blijft staan en hij ging dichter naar God toe” en zegt dan zonder omwegen “Wilt U behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? Dat kunt U toch niet doen! Het zou best eens kunnen dat er wel vijftig rechtvaardigen zijn in die steden. Zou U die dan ook uit het leven willen wegrukken?  Het zij verre van U dat U die rechtvaardige mensen verdelgt”. Eigenlijk zegt Abraham tegen God “dat kunt U toch niet maken Heer. Dat is toch helemaal niets voor U?” Zo’n gesprek, zo’n discussie, dat heeft niets te maken met op alles “ja en amen” zeggen. Dat is gewoon in gesprek gaan met God. Prachtig vind ik dat. Dus hij had kennelijk nog niet zoveel last kennelijk van dat soort platgetreden paden. In elk geval niet op dat punt.
 
Andere voorbeelden van platgetreden paden: de gedachte dat een christen altijd potitief moet zijn en toegeeflijk en aardig. Alsof het onchristelijk is om dingen te benoemen die niet goed zijn en om grenzen te stellen en duidelijk te maken waarvoor je staat.
Nog zo’n platgetreden pad: de gedachte dat God er is om al mijn problemen op te lossen, vooral mijn lichamelijke problemen. En als dat dan niet gebeurt dan gaat de twijfel knagen of God wel betrouwbaar is of dat er mischien iets met jezelf niet in orde is.
 
Zo zijn er nog veel meer van die platgetreden paden in het denken van mensen. Wat moet je er mee doen? Ik zou zeggen: omploegen! Maak er weer een rulle akker van waar het zaad van de vrijheid en van  het herstel en van de liefde van God wortel kan schieten.
Wie dat probeert zal merken dat dat niet altijd even gemakkelijk gaat. Waarom gaat het soms zo moeilijk? Ik denk omdat die paden, die gedachtengangen,  vaak door angst in stand wordt gehouden. Daarom heb ik ook dat stukje uit Hebreeën gelezen. Door angst worden ze in stand gehouden en angst maakt dat een mens slaaf wordt van een systeemdenken. Dat kan niet missen. Dat is altijd de manier om de mens onder de knoet te houden, te zorgen dat hij slaaf wordt van systeemdenken. Dan maakt het niet eens uit welk systeem. Want elk systeem is de vijand van het leven. Daarom houdt God ook van mensen die zelfstandig durven denken, los van ieder systeeem.
 
Hoe het werkt  zie je bijvoorbeeld bij het verhaal wat je kent van de vrienden van Daniël: Sadrach, Mesach en Abednego. De geschiedenis van de aanbidding van het gigantische beeld wat Nebukadnesar heeft opgericht. De hele massa die valt op de grond, want er was net een stel herauten geweest die hadden gezegd “Mensen, op het moment dat je de tamboerijnen, de citer en de doedelzak hoort. kortom als de muziek los barst, dan wordt er van jullie verwacht dat je plat gaat en knielt voor het beeld”. En dan staat er meteen de volgende zin “dus wierp iedereen zich ter aarde” Logisch, want er werd meteen bijgezegd “wie rechtop blijft staan gaat de oven in”.  Het idee dat je naast het beeld gelijk die oven neerzet. Daaruit blijkt wel dat Nebukadnesar heel goed aanvoelde dat zonder zo’n dreiging de mensen zouden zeggen “We gaan niet voor zo’n beeld knielen, dat doen we niet. We willen wel onze waardigheid behouden.” Maar ja, als je moet kiezen tussen op je knieën gaan of de oven in……..  Dus gaat iedereen, behalve die drie vrienden, door de knieëen. Uiteindelijk door de angst voor de dood. Want dat was de keuze: knielen en je onderwerpen aan het systeem of de dood.
 
Het was dan ook een geweldig imponerend beeld. Zo’n 60 el hoog, dat is ongeveer 30 meter. Zeg maar een gebouw van een verdieping of tien. Zo hoog was dat beeld. Die enorme afmetingen zijn niet toevallig. Die zijn zo gekozen om indruk te maken, om de mens goed ervan te doordringen hoe klein en nietig en kwestbaar hij is. Daarin zie je typisch het karakter van de goden die daar achter zitten. De gedachtenwereld van de tegenstander van God die altijd wil intimideren en overheersen. Die ook altijd zegt “het moet hoog”. Hoog, hoger, hoogst. Die ook de mens een beeld van God wil opdringen, waarbij God heel groot en heel hoog is. Zo onmenselijk hoog dat Hij voor de mens eigenlijk onbereikbaar is
 
En als je dan onze God ziet, die ook een beeld maak: de mens, naar zijn beeld naar zijn gelijkenis, ongeveer 1 metrer 80. Hoger hoeft het niet. Dan denk ik; wat een ander karakter!
 
Angst voor de dood zit er heel sterk achter. Dat maakt dat mensen zich onderwerpen. En geen gewone dood, nee, een vurige oven. Misschien kun je wel zeggen “de hel”. Er zijn religies die zeggen “met de dood alleen, daar jagen we de mensen niet genoeg schrik mee aan. Daar moeten we nog een schep bovenop doen: vuur er bij. We prenten de mensen goed in dat ze naar de hel gaan als ze niet gehoorzamen, dan weten we zeker dat ze goed bang zijn en dan kunnen we ze goed tot slaaf houden van het systeem.
 
En wat denk je van een Gideon? Ook zo’n verhaal. Gideon, die ken je natuurlijk van de geschiedenis dat hij met zijn 300 man de vijand verjaagt. De Midianieten die zich daar gelegerd hadden. En Gideon en die 300 man, ze  jagen met hun fakkels en hun ramshoorns een heel leger van meer dan honderduidzend man op de vlucht. En niet omdat het zulke geweldige strijders waren. De Midianieten weren zelf verdreven zonder dat er strijd geleverd hoefde te worden. En Gideon zegt, als hij van de Heer de opdracht krijgt omdat te gaan doen: Mijn geslacht stelt niets voor binnen onze stam en zelf ben ik ook nog eens te jongste thuis. Gideon was niet zo’n krachtspatser, niet zo’n imponerende figuur. Toch kon God op deze manier door hem heen werken omdat hij eerst wat anders gedaan. Hij had namelijk het altaar en de gewijde paal van de Baäl in zijn dorp omgehakt. God had tegen hem gezegd “Gideon, sloop het altaar dat voor de Baäl is opgericht en hak de gewijde paal om die er naast staat.”
 
Dat was nogal wat. Zo’n gewijde paal dat is ook weer zo iets. Het is hoog. Je kijkt er tegen op. Zo’n ding kijkt op jou neer, je voelt je er klein bij. En het is iets waar je van afblijft. Het is immers gewijd aan de godheid. Daar moet je dus van afblijven. Daar is geen discussie over mogelijk. Het is oneerbiedig als je dat ter discussie stelt. Sterker nog: het is godslastering. Ja, díe angst zat er achter. En wie daar toch aan komt, wie dat toch ter discussie durft te stellen die roept natuurlijk de toorn van God over zich af. Dus daar blijf je maar beter van af.
 
Maar Gideon doet het toch. Hij houwt dat ding om met 10 vrienden. Maar hij doet het wel ‘s nachts. “Uit vrees voor zijn familie en stadsgenoten” staat er. Omdat hij dacht “hier zullen ze niet blij mee zijn, als ze dit zien krijg ik iedereen tegen mij”. Wat is dat toch altijd een sterke kracht, die maakt dat mensen niet doen wat ze eigenlijk zouden willen doen: de vrees van “wat zullen de mensen er van zeggen; mijn familie, mijn buren?” Gideon kneep ‘m toch wel een beetje, maar hij deed het, hij deed het dan toch maar! Maar ja de volgende ochtend werd het licht en de inwoners werden wakker en zeggen “Wat? Het altaar weg, de gewijde paal weg? Wat zullen we nou hebben? Ze zoeken dat uit en ze zijn er al snel achter dat Gideon het gedaan heeft. Dus wat doen ze? Ze gaan niet naar Gideon, maar naar zijn vader, Joas. Daar staan ze dan aan de deur en komen verhaal halen. “Joas, breng je zoon naar buiten. Hij moet sterven.” Ja hoor. Daar heb je hem weer: de dood, de grote angstaanjager: hij moet sterven, want hij heeft die paal omgehouwen en dat altaar. Daar zie je duidelijk de dreiging, de straf van de dood die het systeem in tact houdt en zorgt dat mensen zich niet van het systeemdenken durven losmaken.
 
En dan vind ik het prachtig zoals die vader van Gideon reageert. Die probeert niet de lieve vrede te bewaren door te doen alsof het niets voorstelt. Zo in de trant van: “Ja, heren dat is heel vervelend, maar u weet hoe dat gaat, jongens onder elkaar, feestje gehad, beetje laat geworden, uit de hand gelopen waarschijnlijk”. Maakt hij excuses? Probeert hij de kool en de geit een beetje te sparen? Nee helemaal niet! Hij zegt “Mannen, moet je eens goed luisteren Baäl die zorgt maar voor zichzelf. Laat die maar voor zichzelf vechten. En als je aan mijn zoon komt, dan ben je vandaag zelf nog dood.” Ja dat is niet zo genuanceerd en niet zo beleefd, maar het is wel duidelijk. Ik denk: die vader is een mooi beeld van God. Je zult een vader hebben die zo voor je opkomt en die zo achter je staat. Prachtig vind ik dat. 
 
En weg was die gewijde paal en weg was het altaar. Je kunt het dus kennelijk best ter discussie stellen. Je kunt het zelfs omhakken: weg ermee! En er zijn heel wat van die gewijde palen, gedachten en leringen waar je van af moet blijven. Het hele idee dat God geheel anders is, niet de geweldenaar die hoog boven je uittorent en waarbij je je heel nietig voelt, dat kun je niet overal vertellen. De gedachte, dat je de leiding van een gemeente in alles gehoorzaam moet zijn. Het liefst nog een formulier moet tekenen als je lid wil worden, waarbij je belooft dat je je onderwerpt aan de leiding. Nou dat moet je ook niet in elke gemeente ter discussie stellen, want dan kom je wel aan een gewijde paal. En mensen zoals Gideon die zeggen: ik zet de bijl er in. Ik laat mij niet door die angst weerhouden. Ik denk dat hij al wel zoveel van God begrepen had dat hij wist: de Vader die staat achter mij, daar kan ik op terugvallen. Die laat mij niet vallen”.
 
En als we het over angst en systemen hebben: wat dacht je van de Israëlieten in Egypte? Die bouwden voor de Egyptenaren onder dwang en dreiging en mishandeling, staat er. Ze moesten tichelstenen maken en daarvan grote voorraadsteden bouwen. Werken aan constructies. De zoveelste religieuze constructie. Dat deden ze niet voor hun plezier maar puur uit angst. Die angst werd er ook flink ingehouden, want de farao had op een gegeven moment gezegd: “Het volk wil niet luisteren en bovendien, ze groeien zo hard, nog even en ze zijn sterker dan wij. Weet je wat? Al de jongetjes die geboren worden worden meteen gedood.” Dát wil de angst er wil in houden. Wéér die dreiging met de dood. En eigenlijk staat er :’alle zoon wordt gedood’. Alles wat mannelijk is.  Dat heeft niets te maken met man of vrouw, dat heeft te maken met wat mannelijk is in de mens. Dan gaat het over datgene in de mens wat zich wil verzetten. Wat in zich heeft om te gaan staan en zeggen “Dit pikken we niet langer, die slavernij”. Die geestkracht, die drang in de mens, als je diè er onder kan houden dan heb je slaven. Dan weet je dat je baas kunt blijven. Alle zoon wordt gedood, zodat je niet in opstand durft te komen.
 
En dan komt God met een oplossing in Hebreeën 2: Jezus komt en Hij heeft zijn leven gegeven opdat door Zijn dood ieder, die door angst voor de dood tot
slavernij gedoemd was, bevrijd zou worden. Dat is eigenlijk de hele sleutel waarvan God zegt” “Alsjeblieft, al die slavernij, al die angst, die neiging om toch maar op het platgetreden paadje door te blijven gaan, want dat is tenminste veilig en dan loop je geen risico: Ik maak je hier vrij van, ik maak je hier los van, want ik bedenk iets waardoor je kunt zeggen: “de dood? ik zal hem in eeuwigheid niet meer zien en niet meer smaken. Ik hoef er niet meer bang voor te zijn”.
 
Bevrijd worden van slavernij, die het gevolg is van angst voor de dood.
In dat verband denk ik wel eens: we zouden misschien eens vaker over de dood moeten praten. Je praat er liever niet over, maar waarom eigenlijk niet. Zit daar toch nog de geur omheen van ‘dat is toch eng en ik blijf liever op afstand’?. Je kunt zeggen het is geen onderwerp waar je vrolijk van wordt, dus waarom zou je er over praten. Nee, maar zit daar niet een hele primitieve notie achter namelijk ‘als je het maar niet noemt dan is het er ook niet, dan roep je het ook niet op’. Daar kan nog best een hoop vrees achter zitten. Misschien ook wel door onzekerheid of door onduidelijkheid. Voor me zelf is het altijd heel verhelderend geweest toen iemand eens zei: ‘iedereen weet dat een keer het moment komt dat je je aardse lichaam verlaat. Het hangt er dan alleen vanaf van welke kant je het bekijkt, want vertrekken is ook altijd aankomen. Iemand die hier vertrekt gaat ergens naar toe. En vanaf de andere kant bekeken komt er dus iemand aan en dat is dan overlijden, sterven, niet alleen vertreken maar tegelijkertijd ook aankomen. Het is maar van welke kant je het bekijkt. Waar het om gaat is dat sterven losgemaakt wordt van dat klimaat van angst, want dat maakt dat een mens slaaf blijft.
 
Jezus bevrijdt van angst voor dood en hel. En daarin, ja in de eerste plaats dáárin heeft God zijn liefde voor de mens laten zien. Liefde is veel meer dan een diep en warm gevoel hebben voor iemand. Liefde is werkelijk iets voor iemand doen waardoor hij weer vooruit kan, leven kan. God heeft je vrijgemaakt uit de slavernij. Je behoeft niet meer te buigen. Sterker nog: God buigt zich naar joù toe. Want hij is groter dan jij bent en het sterke past zich aan aan het zwakke. Hij is een toegenegen God. Dat vind ik zo kostelijk van het evangelie. Dat vind ik zo prachtig van Jezus dat het altijd net anders om is als in de wereld.
 
Jezus bevrijdt. Jezus, staat hier, verzoent jouw zonden. Prachtig woord. Verzoenen. Het staat hier heel compact. Er staat hier ‘Jezus verzoent jouw met God, doordat Hij jouw zonden heeft vergeven of heeft weggedragen en op het kruis heeft gebracht’. “Ik verzoen je met God” zegt Jezus. En daarin zie je typisch het karakter van God: altijd weer bijeen brengen wat bij elkaar hoort. De mens en God. Maar ook de mens met zijn verdeelde innerlijk, zodat je van binnen weer één wordt en vrede hebt met jezelf. Dát is vrede op aarde!.
 
Het werk van Gods tegenstander is altijd weer om uit elkaar te trekken wat bij elkaar hoort. En het werk dat God in Jezus heeft gedaan is weer bijeenbrengen wat bij elkaar hoort.
Verzoenen is bijeenbrengen, is vrede maken. Jezus verzoent je met God. Dat wil zeggen: het is goed tussen God en jou.
 
Een volgende vraag is: “Ben je ook met jezelf verzoend? Heb je vrede met jezelf?” Want het één kan eigenlijk niet bestaan zonder het andere.
Ben je ook met jezelf verzoend? Wat bedoel ik daarmee? Ik denk dan aan de ene kant aan jezelf zoals je graag zou willen zijn, of zoals je denkt dat je zou moeten zijn. Zoals je misschien wel graag in de ogen van een ander wilt zijn. Of zoals je zou moeten zijn, wil je aan de normen van God beantwoorden. En aan de andere kant denk ik aan jezelf, zoals nu bent in het leven van alledag. Met je tekortkomingen. Met je gebreken. Met je klein-menselijke kanten. Met je ijdelheid. Met je zelfzucht, misschien af en toe. Met je ongemakken en gebruiksaanwijzing. Met je fouten. Met, ach, die dingen waarvoor je je af en toe voor schaamt. Die twee, je ideale zelf en je werkelijke zelf, zijn die al een beetje verzoend? Want als het twee hele verschillende zijn dan moet je altijd heen en weer tussen die twee. Dat levert toch op den duur verdeeldheid en spanning in jezeld op. En dan is het mooie dat die twee, wie je zo graag zou willen zijn en wie je nu feitelijk bent, die vallen sàmen in Jezus. Die vallen gewoon in Jezus samen. Daardoor kan je zeggen die ‘zelf’, die mens’ van de alledaagse werkelijkheid, met zijn terkortkomingen, die ‘zelf’ is gewoon goed voor God. Lééf dan je leven vanuit dat besef en probeer niet in de huid te kruipen van die ideale zelf door naar buiten toe een andere gedaante aan te nemen.
 
Jezus brengt die twee samen en dat begint met vergeving. Daarin wordt de liefde van de Vader zichtbaar. De Vader heeft je lief, onvoorwaardelijk en all in. Dat wil zeggen: zoals je leven er nu uitziet en niet zoals het zou zijn als God eerst alles wegdenkt wat er niet aan het ideaalbeeld beantwoordt. Dus kom maar tevoorschijn. Gewoon zoals je bent zonder steeds de goedkeuring te zoeken van: ben ik zo wel goed genoeg voor God? Beantwoord ik nu aan zijn ideeën en hoge idealen? As je je leven met God deelt komt dat vanzelf wel. Het is een gevolg.
 
Ja. Verzoening! Ook denk ik bij verzoening, bij samenvoegen dus, aan de oude en de nieuwe mens. Want dat onderscheid wordt nog wel eens gemaakt. Bij heel wat mensen is er bij de bekeringen een soort knip in hun bestaan aangebracht waardoor het leven vanaf dat moment verdeeld is in ‘voor je bekering’ en ‘na je bekering’. Voor je bekering was het je oude mens en na je bekering is het de nieuwe mens. En daar is een soort strijdigheid, een soort vijandigheid in het leven geroepen naar die oude mens, naar de mens zoals je was voor je bekering. Want, werd er tegen mensen gezegd: je begint nu een nieuw leven en dat betekent dat je je leven zoals je dat tot dit moment hebt geleid moet verloochenen, daar moet je afstand van nemen want het deugde niet.
 
Maar de dingen die je mee hebt gemaakt vanaf je vroege jeugd hebben je wel gevormd. Die hebben je in bepaalde opzichten ook misvormd natuurlijk en beschadigd. Absoluut. Maar ook gevormd. Je bent nu wie je bent door alles wat je hebt meegemaakt, de positieve én de negatieve dingen. Dat is een gegeven. Ongetwijfeld zijn er dingen gebeurd in je leven die pijn hebben gedaan en waarvan je de sporen misschien nog wel meedraagt. Maar de psalmist zegt tot God ‘Doe mijn tranen in uw kruik’. Dat wordt gezegd vanuit het besef dat God er bij was, ook bij wat jij in je oude leven hebt meegemaakt. “Ik was er bij, zegt God, ik heb het gezien’. En die tranen die zijn niet weg ik heb ze in mijn kruik gedaan. Met andere woorden, Ik ben ze niet vergeten, die tranen, daar doen we nog een keer wat mee. Dat verdriet dat moeten we nog een keer tot op de bodem helen.
 
En daarnaast zijn er zijn vast ook heel wat goede dingen gebeurd. De meeste mensen hebben gelukkig opvoeders gehad die, met hun tekortkomingen, maar met een hoop goede bedoelingen, er van gemaakt hebben wat ze er van konden maken en gegeven hebben wat ze hadden. Wees er dankbaar voor. Ook dat heeft gemaakt dat je bent wie je nu bent. En waar je opvoeders fouten hebben gemaakt: vergeef het hen, zoals je hemelse Vader jou heeft vergeven.
 
Door zelf vergeving te aanvaarden en door zelf ook weer te vergeven bewerken we verzoening. En zo doorbreken wij het oeroude principe van Gods tegenstander, dat is: ‘verdeel en heers’, door een principe dat sterker is: ‘breng bijeen en doe leven’.
 
Ik ben blij dat wij steeds meer in staat zijn om met Gods hulp en samen met elkaar dingen weer één te maken. Samen te voegen wat bij elkaar hoort.
Lààt je verzoenen door de liefde van de Vader, dat is de volmaakte liefde, waarvan staat dat die alle vrees uitdrijft.
Dan wordt het des te gemakkelijker om nieuwe gedachten zonder vrees aan te nemen, om die in je op te nemen en er mee aan het werk te gaan. En je moet van alle zaad dat uitgestrooid wordt, van elk woord dat gepredikt wordt, zelf toetsen of het inderdaad zaad van de vrijheid. Of het inderdaad zaad is dat van God komt of niet. Want ook als je met nieuwe gedachten bezig bent is het belangrijk dat je dat niet als een pakket van leringen en waarheden aangereikt krijgt en aanneemt.Want voor je het weet ben je dan bezig het nieuwe er in te stampen. Met als gevolg dat dat weer platgetreden paden worden. Dat kan niet. Dat moet je niet doen. Want geloven is niet een kwestie is van ja zeggen tegen het volgende systeem, maar het is het avontuur  van ‘met God op weg gaan’ en ontdekken wie Hij is. Ontdekken wie Hij voor jóu is. Zo simpel is het eigenlijk. Amen
 
 
Zullen we bidden:
 
Vader dank U wel dat U net zo’n vader bent als die vader van Gideon. Dat U gewoon achter ons staat. Dat U ook enorm wijs met ons bent. Waar wij stukje bij beetje bezig zijn om die gewijde palen om te houwen en nieuwe wegen, samen met U, te ontdekken. Maar ook dat U ons bevrijdde van alle angst. En natuurlijk Heer, we weten het, er is soms best nog eens angst, maar U heeft ons werkelijk bevrijd van elke reden om angstig te zijn door de dood te onttronen. Heerlijk dat we in dat klimaat van gerustheid mens mogen worden naar Uw beeld en Uw gelijkenis. Daar dank ik U hartelijk voor. Ik ben ook heel blij Heer dat U in alle opzichten bezig bent om alles heel te maken, tussen U en ons, in ons zelf, en ook tussen mensen onderling. Wat een prachtig evangelie.
Heer daar willen we U hartelijk voor danken.
 
Amen