Monday, September 23, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Dag en Nacht - Duurt Sikkens

Ik wil proberen wat uit te leggen over ‘dag en nacht’, het verschil tussen dag en nacht.
Jullie kennen allemaal wel het begin in Genesis: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde, en de aarde was woest en leeg, er lag duisternis op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.’
Als Zijn Geest over de wateren zweeft, waar is dan God Zelf? Dat is natuurlijk een vreemde vraag, want God is Geest. Dus Hij zweefde Zèlf over de wateren.
En God zei: “Licht”. Hij uitte Zich, en Hij zag dat het licht goed was. En God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En het licht noemde Hij ‘dag’, de duisternis noemt Hij ‘nacht’. En toen was het avond geweest en morgen geweest; de eerste dag.
Wanneer het avond is geweest en morgen is geweest, wat heb je dan niet gehad? De nacht! Die was er nog niet. Nee, echt niet.
 
Er was een gigantische kristallen bol rond de aarde, ijskristallen. Job noemt dat “een gegoten spiegel” (37:18), ‘rakia’, het vast gehamerde; wij noemen dat het firmament. Daar zit het woord ‘firm’ in, dat is stevig. Dat zat dus om de aarde heen. Dus zolang de zon nou zogenaamd onder was of niet, altijd schitterde er licht. Dus er was geen nacht. Dat firmament was doorschijnend en bestond waarschijnlijk uit ijs. Bij de zondvloed is dit gebroken.

Wanneer was dan de dag afgelopen? Het was avond geweest en het was morgen geweest. Dus ná de morgen was de dag voorbij. Ik zet jullie nu even aan het denken.
Dus ’s middags begon eigenlijk de nieuwe dag in zekere zin. Er wordt geen nacht genoemd. Dat komt omdat de nacht niet bij de dag hóórt.

Maar nu gebeurt er iets merkwaardigs: die zes dagen volgen elkaar op, en dan komt de zevende dag. En dan zegt God: ‘Nu ga Ik rusten’. Hij gaat dan rusten en gaat genieten van wat Hij scheppende tot stand heeft gebracht; of, zoals een andere vertaling zegt: ‘wat Hij had ontworpen om te ontwikkelen’. Dus het was allemaal nog maar een begin, schitterend.

Want God is niet iemand die allemaal bomen plant, die in volle bloei staan; Hij is altijd Iemand van beginselen, van zaden.  Zacharias noemt dat ‘de dag van de kleine dingen’. De beginnetjes. God onderbrak zijn scheppingswerk.

Zouden die dagen 24 uur geduurd hebben? Wat een dwaze discussie over de schepping. Een dag kan eindeloos lang duren.
Maar het merkwaardige van al die dagen is dat God de zevende dag zegent! Hij zegent die apart. De dag van de Here, Uw God. Anders gezegd: dat is de ‘dag des Heren’.
En het merkwaardige is dat van al die dagen wordt gezegd: het was avond geweest en het was morgen geweest. En van die zevende dag wordt dat niet gezegd. Dus die dag, de rustdag van God, is nog lang niet afgelopen. Dat is toch merkwaardig! Dat is dus al een lange periode.
 
En tijdens die rust gaat God genieten van wat Hij zag dat het goed was; in het Hebreeuws wordt gezegd: ‘Hij zag dat het mooi was’. En reken maar dat het mooi is, net zoals de nieuwe schepping. Moet je maar eens kijken wat een mooie mensen dat zijn.
Maar tijdens die rustdag verstoorde de satan de rust van God en toen kwam de geestelijke nacht over de aarde. En later, toen het ijskristallen firmament brak bij de zondvloed, toen zijn de nachten ook ontstaan. Maar de geestelijke nacht kwam eerst over de aarde, en dat is de duisternis, de dood.

In het Grieks staat er ‘scoteinos’, en dat heeft een grondwoord wat betekent: ‘bedekken’.
Het woord ‘tent’ is er ook van afgeleid. Dus iets wat bedekt. Er kwam een bedekking over de mens, de sluier van de dood.
Dus die zevende dag, die God speciaal zegende om helemaal tot rust te komen, daar kwam de vloek van de boze tussen. Dat is het tegengestelde van de zegen.
En als aangrijpingspunt nam hij de mens. Dus alle mensen liggen onder een bedekking, want iedereen gaat dood; dat is wel bekend.  Maar het gaat hier om die geestelijke dood. Die ligt over de mens al vanaf de beginne. Noem het maar de sluier van de nacht, over je denken. De duisternis van de rouw om het verloren eeuwige leven. Wat afschuwelijk. Wat is er door God heen gegaan toen Hij ineens zag dat de mens tijdelijk werd. Los van de tegenwoordigheid van God. Daarom denk ik: ik noem de bijbel maar eens een keer een dagboek; het boek van de ‘dag’. Maar er zit een zwarte bladzij in.
 
Het licht van de dag geeft licht en warmte. En dàt is mooi. Dat je je koestert in het licht, in het zonlicht. Zo behaaglijk, zo warm. Nou, daar heb je nou een beeld van God. Gods vriendelijk aangezicht gééft dat licht, maar het geeft ook vrolijkheid. En waar is God nou zo vrolijk van? Waar wordt Hij nou zo blij van? Als Hij jou ziet! Ken je dat? Dat mensen, die jou zien, ineens blij worden? Dat je denkt, hoe bestaat het, dat ik de oorzaak ben van hun blijdschap. Wat doet Hij bij de verloren zoon? Er staat letterlijk in het Grieks: ‘Hij rent hem tegemoet’. Een rennende God, hoe vind je dat? Omdat Hij jou ziet! Dat is die vrolijkheid van Hem.
 
En het daglicht verlicht de aarde. En de aarde is een beeld van de natuurlijke mens. Dus je kòmt aan het licht. Er is niets mooier dan dat een mens, al heeft’ie nog zulke vodden aan z’n lijf hangen, al is ’t ie nòg geestelijk zo invalide, hij kòmt aan het licht. Je wordt zichtbaar. Dat is mooi, daar moet je eens over doordenken: ik word zichtbaar.

En nacht is gewoon afwezigheid van licht. En dan gaat alles dood. Zonder liefde heb je geen leven, want licht is het beeld van de Goddelijke liefde. Hoe leer je nou liefhebben?

Ik weet niet of je die profetieën wel eens gelezen hebt van de Dag des Heren; als je die op een rij zet, dan word je daar niet bepaald vrolijk van. Brandend als een oven, het is schrik en onheil en ellende. Als je dat leest dan denk je: moet dat nou? Ook als je met dezelfde angstige ogen het boek Openbaring leest, dan word je echt niet vrolijk.

Die Dag des Heren, hebben we ontdekt, is de sabbat, de rustdag van God. Die wordt ook genoemd: ‘de Dag der dagen’. Dat is de zevende. Die wordt ook genoemd: de ‘grote Dag’. Of de ‘dag des oordeels’. We komen al wat dichterbij.

Toen ik dat als jochie las kreeg ik hartkloppingen. De dag des oordeels: ‘nou krijg ik op m’n kop, want God ziet alles…’. Ik was altijd bang voor Hem. Dat is verschrikkelijk, terwijl Jezus zegt: ‘Ik ben helemaal niet gekomen om te veroordelen; Ik ben gekomen om te behouden, Ik ga scheiding maken tussen jou en de ellende die je is overkomen. Tot een oordeel ben Ik gekomen’ zegt Jezus. Dat betekent niet dat Hij constant mensen op hun nummer zet en straffen uitdeelt.
 
Hij zegt: ‘als je Mij gelooft dan ontstaat er een scheiding tussen jou en wat niet bij je hoort’. Dat is oordeel en dat begint bij het huis van God. Nou, Jezus was het eerste huisje Gods, daar woonde de Vader in. En daar is het begonnen. En dan komt het volgende huis. Elk huisje wordt vrij gemaakt van de vloek van de tijd, de vloek van de zonde, de dood. Een prachtig proces. Ja, wat is die tekst vaak verkeerd uitgelegd.
Dus die scheiding begint in je! En dat is een proces dat doorgaat. Ook het scheiding maken tussen ellendige gedachten en goede gedachten. Je valt helemaal niet meer onder het oordeel, je bent vrij gesproken. Maar de mooiste term voor ‘die dag’ vind ik de ‘jongste dag’. Dat woord zit vol met leven: ‘jongste dag’.

Martha hanteert die term. Lazarus was hartstikke dood, maar hij staat wel op, zegt Jezus.
‘Ja’, zegt Martha, ‘dat weet ik, bij de jongste dag.’ En dan haakt Jezus daarop in. Hij zegt: “Ik ben de opstanding”. Hij had ook kunnen zeggen: “Ik ben de jongste dag”, want die is met Hèm begonnen! Dat is mooi! De jongste dag, je bent opgestaan, je bent tot leven gekomen!
Je hebt het tijdelijke met het eeuwige verwisseld en de herschepping is begonnen! Als je bij God in beeld komt, dan word je vereeuwigd!
 
Ja, zegt Jezus, Ik ben de opstanding, en daarom zijn wij kinderen van die Dag. Dat is de eerste dag, zal ik maar zeggen, van de nieuwe schepping. Eigenlijk is het de aller-aller-eerste dag toen God zei: ‘Er zij licht’. De tijd is dus voor jou voorbij. Onthoud dit maar: ‘tijd is tijdelijk’. Ja, de mens werd onderworpen aan de tijd, en toen stapte God die tijd in om die mens weer eeuwig te krijgen. Je bent dus een eeuwig levende!
Je kunt het ook zeggen als in Psalm 110: ‘Je bent geboren uit de baarmoeder van de dageraad’. Dus wie is je moeder? De dageraad! Dàt is een mooie moeder! Je bent uit liefde, uit licht, geboren. Nu snap ik die term: ‘licht uit licht’. Je bent dus licht uit Zijn licht.  Een kind van het licht.
 
En nu een héle merkwaardige tekst. En het evangelie van Johannes zit vol van die fijne trekjes. Daar staat dat Jezus, als Hij aan het kruis hangt, eerst nog een spons met edik, die zure wijn, krijgt. En dan zegt Hij ineens, want dan heeft Hij de bodem bereikt van Zijn lijden: “Het is volbracht”. Het is voltooid. Ik vind het heel ontroerend; en dan buigt Hij z’n hoofd, en geeft dan de geest. Dan gaat Hij namelijk aan het werk in het dodenrijk.

En dan staat er: ‘De Joden dan’, Joden zijn Judeeërs hoor, niet een volk, om even een eind te maken aan een rare discussie dat de Joden Jezus vermoord zouden hebben, ‘de Judeeërs dan, daar het Voorbereiding was en het lichaam niet op de sabbat aan het kruis mocht hangen’….schijnheiliger kun je niet worden…Dan staat er een tussenzin: ‘want de dag van die sabbat was groot’. Dat was dus niet die sabbat daarop volgend, volgens de aarde, volgens de jaartelling, maar het gaat hier over het feit dat Jezus alles volbracht heeft; en Johannes zegt: ‘de dag van die sabbat was groot’. Nou staat er in het Grieks niet ‘groot’ maar ‘groots’, een andere vertaling zegt ‘machtig’. Het is ongelooflijk indrukwekkend, want het gaat over ‘de dag der dagen’, ‘de dag des oordeels’ en zo heeft Hij het oordeel tot overwinning gebracht. De dag des oordeels is begonnen. Wat een feest!

De jongste dag is aangebroken! Gods rustdag is hersteld, want Johannes heeft het over de sabbat! De Hebreeënschrijver zegt: ‘een mens kan weer tot rust komen’. Nu hoopt God dat iedereen tot Zijn rust ingaat, dan rust je in vrede. Dat is de hemelse sabbat. Jom Kippoer, de grote Verzoendag; het is volbracht. Hij heeft toen de dood overwonnen en laat ik het zó zeggen: het is Hem gelukt om de mens in de sabbat van God te krijgen. Wàt een dag voor de hele mensheid. En dan wordt de tijd afgeschaft en wordt het vervangen door ‘heden’. Want wanneer is ‘heden?’ Heden is ‘altijd’ in het Koninkrijk Gods.
 
Als de moordenaar aan het kruis zegt, en dat vind ik zo’n gelovige opmerking: ‘Als je in dat koninkrijk van jou bent gekomen, denk dan aan mij’. Wat een kerel  hè? Ja, een boef, uit het criminele circuit, maar een gelovige. En Jezus moet zó verrast geweest zijn, Hij zegt: ‘Ga maar mee, heden….’. De tijd wordt eeuwig. De breuk is gedicht. Dat is tijdloos. Nou, dat is nou de dag die de Heer heeft gemaakt  en dat is nou de Dag des Heren.

Er staat in Zacharias een hele merkwaardige tekst (Zach. 14:7): ‘Ten tijde van de avond zal er licht wezen’. Dat moet je eens tegen een kind zeggen. Die zegt: dat kan niet, ’s avonds wordt het altijd nacht’. Maar Zacharias zegt: ‘Ten tijde van de avond zal er licht wezen’.

Jezus heeft de avond doorgebracht in de hemel en heeft de nacht doorgebracht en heeft het weer aan het licht gebracht.
Het was in de hemel ook woest en leeg en veel duisternis, en God zei, in de gedaante van Zijn Zoon: ‘Licht!’ En er was licht! Want in het dodenrijk is Jezus weer gaan schijnen. Dat is daar een revolutie geweest.
Maar de rechtvaardigen die daar zaten, zeiden: ‘Daar heb je Hem!’ Abraham had het van tevoren al een beetje gezien, want Abraham wordt een profeet genoemd. Hij had die dag des Heren al gezien, zegt Jezus, hij is opgesprongen van vreugde. “O ja?”, zeiden de mensen,... …… Jezus werd toen voor gek verklaard.
Maar ten tijde van de avond zal er licht wezen, want er zal dan geen nacht meer zijn, maar morgen, net als de scheppings-dagen.
 
De Dag des Heren heeft een eind gemaakt aan de nacht. Dat is wat! En je hoort veel mensen in sobere termen spreken over ‘het einde der dagen’. Ja, dat klopt, maar het betekent wel het begin van de eeuwigheid; het begin van het licht. Dus staar je niet blind op de ‘eindtijd’, ik zeg expres: ‘staar je niet blind’ op de eindtijd, maar hou je ogen open in het licht van het ‘begin’. En die tijd is al begonnen.
De Dag des Heren is al aangebroken bij de opstanding. Het is zo mooi. Dat staat ook in de Openbaring: ‘Er zal geen nacht meer zijn’. Dat is toch een feest voor de mensheid dat die geestelijke nacht voorbij is!
En in die hemelse stad zal ook geen nacht meer zijn. Een hoop mensen denken dat ze in het hemelse Jeruzalem wonen. Dat is helemaal niet waar. God woont daar! Jij bènt dat Jeruzalem. En er is geen nacht meer in je, in die stad. De dood is weg.
 
David heeft twee maal een merkwaardige profetie geuit. Dan pakt hij z’n harp en wat zegt hij? ‘Ik wil het morgenrood wekken ’(Ps 57:9 en 108:3). Nou David, dat is niet moeilijk, dat komt vanzelf!’ Ja, maar even doordenken, hij zegt: ‘Ik wil de dageraad wekken!

Dat is een profetie over Jezus! Ik wil het licht tevoorschijn brengen en ik kan dat verhaasten. Ik ga het wekken!  Ik wil niet dat het nog langer wegblijft! De dageraad opwekken. Dat moet Jezus ook gelezen hebben. Zijn Vader heeft Hem ook opgewekt. Hij heeft het licht weer tevoorschijn laten komen. Er staat in Hooglied 6:10 een mooie uitspraak: ‘wie is zij, de vrouw, die opkomt als de dageraad?’ Dan raak je toch diep ontroerd? Er komt een gestalte aan àls het morgen-licht, àls de dageraad; en over wie gaat het? De vrouw!  Je kunt ook met Openbaring 12:1 zegt: ‘bekleed met de zon!’ Dàt is nou een stralende verschijning. Kijk maar om je heen: daar komt ze aan. En dat is, in de eerste plaats, de vrouw van Jezus. Daar zal ik eens een keer over spreken: de vrouw van Jezus. Zijn vrouw. Als de dageraad, wat een mooi mens.

Petrus zegt:’Je kan dus die Dag des Heren bespoedigen’ (2 Petr.3:12). Maar hoe dan? Hoe doe je dat dan? Ik ben altijd blij dat ik een heel goeie leraar heb. En nu ben ik er achter: ‘door steeds helderder te gaan schijnen bespoedig je De Dag!
De morgen is al aangebroken en die komt steeds verder op, tot de volle dag. Je kan dit bespoedigen. De ellende om je heen neemt alleen maar toe. Daar hoef je geen televisie voor te hebben, want je voelt het ook wel. Wat een geestelijke verschrikkingen; wat een geweld om je heen. Blijf jij dus maar onverstoorbaar helderder worden.
Je kan die dag bespoedigen door steeds helderder Gods wezen te weerspiegelen, want dàt is schijnen. Deel hebben aan Gods natuur. Schijn maar, in een verdraaid, beschadigd en getiranniseerd geslacht. Want die aarde lijdt en die zucht hoor. Dat gaat maar door. En Jezus zegt ook: ‘Ter wille van de uitverkorenen worden die dagen ingekort’. Dat wil dus zeggen: je kan het versnellen door helderder te gaan schijnen. De weerstanden worden ook sterker, maar blijf jij nou maar schijnen!
 
Zon en maan en sterren, lichten aan het uitspansel, daar wordt over ons gesproken, over de Vader, over de Zoon en over de mensen: zon, maan, sterren.
Een Joodse vertaler schrijft iets heel moois over Genesis 1:15: ‘Laten de achter nevels lichtgevende lichtbronnen op aarde zichtbaar worden’. Hoe dat zich precies heeft afgespeeld weet ik niet, maar ik kan me daar geestelijk heel veel bij voorstellen.
Hoe lang heeft God wel niet achter de nevels gezeten in het denken van de mensen? Hij is de zon. En Jezus? De maan. Want iedereen heeft het over Jezus, maar ik ben altijd maar zo vriendelijk om te vragen: ‘Welke bedoel je?’ Want er zijn nogal wat Jezus-voorstellingen. Allerlei iconen worden er voor Hem bedacht. Maar de ware, welke is dat?
 
En die sterren dan? Die zitten ook achter nevelsluiers. En de allerbelangrijkste nevelsluier is die van de dood, en die is vernietigd. En als de sluier van de dood van je aangezicht is verdwenen, dan kom jij geestelijk in de hemel aan het licht. Jouw gezicht! Je wordt dus ontsluierd. En het Griekse woord voor ontsluiering is ‘apocalyps’; nooit meer vergeten! ‘Apo’ is ‘weg’ en ‘calypso’ is ‘sluier. Dat woord wordt ook steeds weer in de bijbel gebruikt. Apocalyps now! Moet je eens kijken hoe het boek Openbaring begint. Het begint met openbaring vàn Jezus Christus, wat God hem gegeven heeft; de ontsluiering vàn Jezus Christus. Dus hoe meer wij ontsluierd worden, hoe meer Zijn gezicht zichtbaar wordt, en dus tegelijkertijd het gezicht van God. Je wordt dan ontsluierd. En tegen sommigen van ons zou ik willen zeggen: ‘laat je alsjeblieft eens ontsluieren’. Ik zal straks een paar sluiers noemen.

Maar laat je eens liefhebben! Want zonder die liefde kun jij niet hoor! Anders kom je nooit aan het licht. Ik wil zo graag je ware gedaante zien. Laat je eens beschijnen; want je kan achter rare sluiers zitten hoor. Mag ik er een paar noemen? Die houden je tegen om je echte gezicht te laten zien. En dat is eigenlijk het gezicht van je Vader.
De angst om je te binden aan mensen, je te verbinden aan een groep. Dat heet ‘bindingsangst’. Dat werkt individualisme in de hand, zo van: ‘ik red me wel, ik vertrouw trouwens niemand...’ Nou, als dàt geen bindingsangst is, dat weet ik niet.
Of, je bent gewoon eigenwijs. Als iemand God zoekt, en hij wil Gods gezicht zien, en jij bent eigenwijs, dan zie je het gezicht van God niet, dat is gesluierd.
Of fantasterij; je gaat maar wat fantaseren. Van alles en nog wat, en je staat bekend als een fantast. Tja, zo kan ik het gezicht van God nooit zien.

Wat heel diep kan zitten dat is de angst om je te làten zien. Je zal maar ellendige ervaringen hebben gehad in het verleden. Daar zijn voorbeelden van te over, zowel in het natuurlijke als in het geestelijke. Je hebt je eens laten zien en moet je eens kijken wat er toen is gebeurd….. Hoe je bent aangerand in de geest. Het is logisch dat zulke mensen angstig zijn.


Laten wij daarom zorgen voor het klimaat waarbij die angst verdwijnt. En het initiatief aan hen overlaten, die angstig zijn, hoor. Niet peuteren aan die mensen.

Of je zal maar jaloers zijn; je vergelijkt altijd mensen met elkaar en met jezelf. Dan speelt jaloezie een grote rol, en die jaloezie hangt als een gordijn voor je gezicht. Ik kan God dan niet zien, eerst moet dat gordijn opzij. Ja, laat dat voorhangsel maar eens scheuren.
Of er is een sluier van het intellectualisme, je wilt alles beredeneren. En je kan het zo mooi op een rij zetten….; en je hebt een paar boeken uit je hoofd geleerd. Maar dan staat er: ‘als je nou de liefde niet hebt?’. Dat betekent dat je de liefde van God naar jou toeniet beseft; dus kun je het ook niet weerkaatsen. Wat heb je dan aan al die kennis!
Hèm kennen, dàt is het! Dat is het enige waar het om draait. En zó kunnen mensen God leren kennen.
 
Of je bent wantrouwig; gewoon door je ervaringen. Dat kan. Maar het is wel een sluier.
Of alles maar weglachen. Daar zijn sommige mensen héél goed in: ‘Ja, ha ha, het gaat goed met me’; overal een grap van maken…. Er hangt een gordijn voor je gezicht, misschien wel met grappige voorstellingen, maar het staat het werkelijke licht in de weg. Je kunt niet alles weglachen.

Bitterheid; over wat je in onrecht is aange-daan. Ik denk dat iedereen daar wel voor-beelden van heeft. Ik zeker! Bitterheid trekt een schaduw over je gezicht.
Of, die ellendige twijfel aan jezelf. Maar God kijkt naar je en zegt: Ik twijfel helemaal niet aan jou. Totaal niet! Dàt geeft je zekerheid en haalt de twijfel weg.
Of, en dat vind ik ook een hele erge: je bent helemaal niet blij met jezelf. Al wordt er tegen je gezegd: ‘wees blij met jezelf’. Dat geneest niet bij mij. Die therapie werkt ook niet. Daar moet een reden zijn voor blijdschap.
Weet je wanneer je blij wordt met jezelf? Als je merkt dat een ander blij is met jou. Dàt overtuigt! Dat iemand blij is dat hij je ziet. Mijn vrouw heeft mij dat geleerd, want ik was totaal niet blij met mezelf. En in de loop van de jaren is dat genezen, en God heeft dat versterkt.
 
Wij bezochten in de vakantie  een kerk in Frankrijk. Ik heb al heel wat kathedralen gezien en als ik die zie, word ik altijd boos, want ik vraag me dan af hoe die dingen hier gekomen zijn. Van welk afgeperst geld zijn die gebouwen hier opgericht. En als ik binnenkom dan denk ik: dit is een familiegraf met wat kaarsjes en een paar stenen beelden. Ik moet daar niets van hebben.

Maar wat ik wèl doe in die kerkjes, als ik er kom, zoals afgelopen zomer, dan ligt daar vaak een cahier, een schrift. Daar kunnen mensen wat in schrijven. Of ze het mooi vonden, of iets over de schitterende gebrandschilderde ramen, of over de gewijde stilte, enz. Maar er staan ook vaak gebeden in, of oproepen tot gebeden: ‘wie dit leest, wil die a.u.b. bidden voor die en die, want die heeft die en die ziekte. Dat lees je heel vaak.

En ik bladerde er zomaar eens doorheen en ineens kwam ik op een witte bladzijde waar dwars overheen geschreven stond, in een kinderlijk handschrift: ‘Mon Dieu, Merci pour moi,  Claudette’.

Toen kreeg ik de tranen in mijn ogen. Hier was iemand die bedankte voor zichzelf. Dat ik besta! Dat had ik nog nooit gelezen en nog nooit gehoord. Ook niet in de gebeden.
Bedankt voor mezelf! Ik denk: zó, die heeft geen twijfel. Mooi hè? Dat vind ik nou zó iets moois. Die heeft die sluier niet voor haar gezicht hangen. Ik hoop haar later nog eens tegen te komen.  “Merci pour moi”. Wat een meid hè? Dat wou ik maar even zeggen.
 
Er is een schitterende profetie, in de laatste woorden op het sterfbed van David (2 Samuël 23). Hij zegt: ‘Een rechtvaardige  heerser over de mensen is als het morgenlicht bij de opgaande zon’.
Dat is een profetie over Jezus. Het morgenlicht bij de opgaande zon.
En over òns is geprofeteerd in Spreuken 4:18: ‘Het pad van de rechtvaardige is als het glanzende morgenlicht’. Moet je eens kijken wat jij weerspiegelt, wat jouw gedachtenwereld weerspiegelt: glanzend morgenlicht. De mensen, die dit licht liefhebben, komen wel op je af.
En er staat nog een profetie bij: ‘Het straalt steeds helderder tot de volle dag’. En dàt is nou die Dag des Heren.

Petrus heeft een heel sterk beeld, hij zegt: ‘In onze harten komt de morgenster op’. 
Heb je het wel eens gelezen dat Petrus dat zei? Nou, zegt Jezus, dat ben Ik! Ik ben de glanzende morgenster. En al claimt de duivel deze termen van ‘morgenster’ en ‘zoon des dageraads’ voor zichzelf, dan zul je merken dat dat leugens zijn, want er is geen sprake van liefde.
 Als die nevelsluiers verdampen door zonlicht, zullen we zien. Wie zich bemind weet en wie zich bemind voelt, heeft geen bedekking meer op z’n gezicht. Dan kun je elkaar als geliefden zien van aangezicht tot aangezicht.
Stiller kan een mens niet worden. Elkaar zien, en je daarin koesteren.
Nou begrijpen jullie wel wat ik bedoel als ik eindig met: ‘ik wens iedereen een goede morgen en een goeie dag, van nu aan tot in eeuwigheid’.

Gebed
“Lieve Vader, bedankt dat wij door Uw liefde aan het licht komen, zodat U zichtbaar wordt in Uw heerlijkheid”.
Amen

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!