Wednesday, November 20, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size

Gods geloof: vertrouwenwekkend - Marcus 11:22 - Henk Moorman

Ik wil beginnen met een stukje te lezen. Marcus 11:22, waar Jezus zegt: “hebt geloof in God, voorwaar ik zeg u, wie tot deze berg zal zeggen: hef u op en werp u in de zee en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven dat hetgeen hij zegt geschiedt, het zal hem geschieden. Daarom zeg ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft dat gij het hebt ontvangen en het zal geschieden.”
 
Dat is een hele bekende tekst. Jaren geleden al heb ik hem  onderstreept in m’n bijbel. Ik lees diezelfde telst nunog eens maar dan uit een andere vertaling: “En ten antwoord zegt Jezus tot hen: als je maar vertrouwen hebt in God. Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, al wie tot deze berg zegt, verhef je en werp je in de zee, en hij twijfelt in z’n hart niet, maar vertrouwt erop dat hetgeen hij uitspreekt zal geschieden, dan zal het zijn deel zijn. Daarom zeg ik u, alles waar je om bid en vraagt, vertrouw er op dat je het krijgt en het zal je deel zijn.
Heb je het  verschil gehoord? De ene vertaling heeft het over “geloof”. Geloof  dat je hebt ontvangen, geloof in God en geloof dat wat je zegt ook geschied. De andere vertaling heeft het steeds over “vertrouwen”: vertrouw dat zal gebeuren wat je bid, vertrouw dat je hebt ontvangen en het zal geschieden, heb vertrouwen in God.
 
Iedereen zal zeker beamen dat alles begint met geloof.  Zo zijn we natuurlijk ook geestelijk opgevoed. En we zijn ook vertrouwd mee om aan de hand daarvan onderscheid te maken: je hebt gelovigen en ongelovigen. Mensen worden genoemd naar wat ze doen, als ze geloven dan heten ze gelovigen. Daar tegenover staan dan de ongelovigen, dat zijn de mensen die niet geloven.  En dan heb ik het natuurlijk over geloof je in God  Je zou kunnen zeggen, dat het meest kenmerkende van een christen is dat hij gelooft. Nog niet eens dat je naar een kerk gaat, niet dat je een bijbel in huis hebt, maar dat je gelooft. Alles begint met geloof.
De vraag is dan natuurlijk wel, wat is het dan wat je gelooft. Toch minimaal dat God bestaat, zou ik zeggen, en dat Jezus zijn Zoon is. Daarna gaan de wegen vaak al uiteen. Ja, geloven dat God bestaat, maar hoe is Hij dan? Daar kun je héél verschillende antwoorden op krijgen, afhankelijk van wie je daarover bevraagt. En wat Jezus betekent en wat Hij gedaan heeft, daar kun je ook héél verschillende antwoorden op krijgen. Maar  het gaat allemaal om geloof. 
 
Normaal is geloven zo vanzelf sprekend, dat je er niet eens over na denkt. Het is de vanzelfsprekende grond onder je voeten, daar sta je op, dat is de basis van je bestaan, het is net zoiets als ademhalen. Je denkt er niet bij na, je doet het. Zo is het met geloof ook. Ik bedoel: je leeft je leven van alledag en je denkt niet steeds, o ja, ik moet ook geloven, dat moet ik niet vegeten, en je vraagt je niet steeds af: geloof ik nog wel? Het is er, je doet het en je denkt er niet bij na. Automatisch is niet helemaal het goede woord maar wel zo vanzelfsprekend dat je er eigenlijk niet bij stilstaat. 
Ja, totdat…. Totdat er bergen komen. En daar gaat dit stukje over. Zeg tegen die berg verhef je ….. Ja, wat als er moeilijkheden komen. Als het opeens tegen zit. Dan merk je nogal eens dat mensen denken dat ze hun geloof moeten mobiliseren. Zo zijn we toch ook een beetje opgevoed geestelijk. Zo in de trant van: wacht eens even, nu krijgen we tegenwerking, nu hebben we met een tegenstander te maken, nu wordt het moeilijk, dus nu moeten we er tegenaan. En dan denk je;  nu moeten we geestelijk de mouwen opstropen, nu is het zaak om te zorgen dat we ons geloof overeind houden en we moeten in geloof de beloften en de woorden van de Heer naar ons toehalen en zorgen dat we ze vasthouden. Zo’n sfeer komt er dan nog wel eens. En zeker als het er om spant.  Zeker als je met grote bergen te maken hebt. Met veel tegenstand, met ziekte waarvan je denkt: als dat maar goed gaat. Dan ontstaat er vaak zo’n sfeer waarbij mensen denken:  nu moeten we ons geloof oppompen, nu moeten we echt alles bijzetten wat we hebben, want anders ….ja, gaat het misschien niet goed. En als het dan niet goed gaat, ja dan is er vaak zoiets van: we hebben gefaald, te weinig geloof gehad. En dat krijgen mensen dan ook nog wel eens om de oren: je had zeker niet genoeg geloof. Of je hebt zeker niet op de goede manier geloofd.  Dan hebben ze dus een dubbel probleem. Dat is triest hoor. 
 
Het probleem is vaak dat we niet voldoende hebben van het geloof wat Jezus bedoelt, het soort geloof namelijk dat je kunt inzetten tegenover ongeloof.
Je kent de geschiedenis wel van die maanzieke knaap, je kunt het onder andere lezen in Marcus 9:14, waar de discipelen op een gegeven moment zeggen: wij snappen niet waarom wij die jongen niet hebben kunnen genezen, hoe kan dat nou? En dan zegt Jezus tegen hun: dat is vanwege jullie klein geloof. Je zou de discipelen dus een klein gelovig geslacht kunnen noemen. Tegelijk spreekt Jezus in deze situatie over een óngelovig geslacht, waarvan hij zich afvraagt hoelang hij dat nog zal verdragen.
Er is een óngelovig geslacht, en dat heeft niet met mensen te maken. Dat zijn krachten in de onzichtbare wereld van óngeloof. Is zelfs een heel geslacht, zegt Jezus, dat zo genoemd wordt: een ongelovig geslacht. Ongeloof is ook een geloof. Het is niet het ontbreken van geloof, het is geloof, maar dan precies de andere kant uit namelijk de kant van ón. Van ónvermogen, van ónheil, van óngeluk, van ónbemind en óngezien. Van alles maar wat ón is.  En dat on-geloof van dat ongelovig geslacht, is ook een kracht. Daarvan zegt Jezus: dat geslacht, dat moet er uit, maar dat red  je niet door je eigen geestelijke spierballen te laten zien hoor. Want zó sterk, zegt Jezus tegen zijn discipelen, is jullie geloof niet. ’t Is maar een klein geloof wat jullie hebben.
 
Is het erg dat je geen reusachtig groot geloof hebt? Nee, helemaal niet. Jezus zegt ergens: als je maar een geloof hebt  een mosterdzaad, dat is voldoende. Dat is wel klein maar het heeft groeikracht in zich zelf.
Dus daar zit ’t hem niet in. Het zit in de kwaliteit vanje geloof. Het zit ‘m er in dat je iets kunt stellen tegenover dat ongelovige geslacht, zodat dat uit gaat. En hoe gaat dat uit? Niet dan door bidden en vasten, zegt Jezus. Tegenover dat ongelovig geslacht zou je dus geloof moeten kunnen stellen dat vast is en diepgeworteld omdat je door bidden en vasten dicht bij God bent gekomen.
 
Het opvatting van geloven als de opdracht om alle waarheden overeind te houden, dat heeft ook te maken met ons godsbeeld. Een godsbeeld namelijk, dat er vanuit gaat dat God tegen ons, gelovigen, zegt: hier hebben jullie het evangelie, hier heb je mijn beloften, hier heb je de waarheden van mijn koninkrijk en nou moeten jullie door geloof zien dat jullie het allemaal gaan realiseren.  Dan lijkt het alsof God een beetje op afstand staat te kijken hoe of wij het er vanaf brengen. En al of niet teleurgesteld is afhankelijk van hoeveel wij er van terecht brengen, hoeveel wij door ons geloof weten realiseren.  Kijk, als je zo’n idee hebt van wat geloven is, dan wordt geloven een soort krachtsinspanning.  En dan is het de vraag: hebben wij genoeg geestelijke kracht, kunnen wij genoeg geloof bijzetten om te doen wat God wil, om zijn woord waar te maken en de vijand te baas te blijven. Dan komt het evangelie in de sfeer van prestatie te liggen. Daarom heb ik dat zelfde stukje ook in die andere vertaling gelezen, waar voor geloof vertrouwen wordt ingevuld.
Dat sprak mij wel aan. Met geloven is helemaal niets mis, dat is wel duidelijk, en voor sommigen zal er geen verschil zijn met vertrouwen. Maar voor anderen geldt dat het begrip geloven een lading heeft gekregen, waardoor het in de prestatiesfeer komt te liggen. En dan, ja dan zit je beetje op een verkeerd spoor en dan wordt het, als je niet oppast, een soort juk, een last: we moeten geloven anders gaat het niet goed en anders stellen wij God teleur..
 
Ik zou willen pleiten voor een wat andere rolverdeling. Je zou ook kunnen zeggen: de asccenten wat anders leggen, en wel zo dat God gelooft en wij  vertrouwen. Als we daar nu eens wat meer vanuit gaan. God gelooft namelijk in ons. En Hij wil graag dat wij Hem vertrouwen. Wij vertrouwen Hem en wij vertrouwen ons aan Hem toe. Dan keer je de rollen een beetje om. Ik denk dat het dan wat rust kan geven, wat ruimte kan geven, en dat is precies wat het evangelie beoogt: Komt tot mij allen die vermoeid en belast zijt en ik zal je rust geven, zegt onze Heer.
 
Als je de vertaling bekijkt die wij veel gebruiken, dan kom je in het nieuwe testament het woord vertrouwen heel weinig tegen en het woord geloof juist heel veel. Als je naar het oude testament kijkt, dat is precies omgekeerd, dan kom je het woord geloof en geloven haast niet tegen, maar het woord vertrouwen juist des te meer. En vooral in de Psalmen. Er is geen boek waar het woord vertrouwen zoveel voorkomt. Je kent de voorbeelden wel: al zou zich een krijg tegen mij verheffen,  nochtans vertrouw ik op de Heer. Vertrouw op de Heer met uw ganse hart, en steun op uw eigen inzichten niet. Zo zijn een hele hoop bekende teksten wel waar je dat steeds tegen komt:  vertrouwen. Het is afhankelijk van de keus van  de vertaler. I n het nieuwe testament is er één woord en de ene vertaler neemt daarvoor geloven en de andere kiest daar voor vertrouwen. Dus het ene is verwisselbaar met het andere. Het ene is evengoed als het andere. En als je dat woord dan eens onder de loep neemt dan blijkt dat het woord, dat vertaald wordt met geloof, vertrouwen,  ook betekent: trouw, betrouwbaarheid, waarborg.
 
En het aardige is dat als je het woord zo bekijkt, dan zegt het eigelijk meer over God dan over ons. Als je uitgaat van de betekenis “geloof”, dan zullen mensen zeggen: dat is iets wat wij moeten doen, wat van ons verlangd wordt, geloven en vertrouwen. Maar als je de betekenis van trouw en betrouwbaarheid als vertrekpunt neemt dan zegt dat niet iets over ons, over degene die zou moet geloven, maar het zegt iets over degene in wie je gelooft in wie je je vertrouwen zou moeten stellen. Betrouwbaarheid, waarborg. Dat zegt ook niet iets over ons, maar dat zegt iets over Gód. “Waarborg. borg” heeft te maken met vastheid, met zekerheid en bescherming. Het is verwant aan het woord burcht. Een vaste burcht is onze God. Daar weet je je veilig.
 
En als je naar het bijvoeglijk naamwoord kijkt in het grieks, je zou verwachten dat het in de eerste plaats zoiets betekent als, gelovig; zelfstandig naamwoord is geloof, dus het bijvoeglijk naamwoord is gelovig of gelovend. Dat blijkt niet zo te zijn. Nee die eerste betekenis is geloof-wékkend, vertrouwen-wékkend, dat zegt dus ook niet iets over ons, dat zegt iets over God. Hij is degene die vertrouwen wékt bij ons, die geloof wékt bij ons. Dan  komt het helemaal uit die prestatiesfeer. Dan gaat het er niet om dat ik moet zien dat ik genoeg geloof opbouw, maar dan heeft het er veel meer mee te maken, dat ik Hem leer kennen die geloof wékt, die vertrouwen wékt.  Want naar mate ik Hem beter leer kennen, wordt er in mij meer vertrouwen, meer geloof gewékt. En dat geloof hoef ik dan niet zelf te maken en overeind te houden, het wordt gewekt. Ik vond dat een prachtig woord. Vertrouwen wekkend, geloof wekkend. En dan is het dus veel belangrijker om Hem steeds beter te leren kennen, dan dat ik denk: geloof ik wel genoeg? Och, er is zoveel te geloven. Geloof ik dat allemaal wel?  En geloof ik wel op de goede manier?  Hoe is het ook alweer precies.?  Dan kun je al die boekjes wegdoen van 7 stappen naar geloof en 15 stappen naar genezing en nog meer stappen naar nog wat anders. Dan wordt het zo’n systeem, waarbij je je steeds moet afvragen: doe ik het wel goed, heb ik wel alle stappen wel goed in m’n hoofd en gebruik ik wel de goede woorden. En wat als ik dat niet doe, dan gaat het vast niet goed.
 
Zo werkt het bij Jezus niet. Als de tijdgenoten van Jezus en van Paulus dat woord hoorden, dat bij ons vertaald is met geloof, dan hoorden ze vooral dat er iets gezegd werd over Gods eigenschappen. Dan hoorden ze niet in de eerste plaats de oproep om met hun eigen geloof aan de gang te gaan maar dan hoorden ze eigenlijk een verkondiging van hoe betrouwbaar God is, hoe veilig je daar bent. Natuurlijk, Jezus is de waarheid komen brengen en het is aan ons om daar ons geloof aan te hechten. Maar iemands woorden geloof je meer en gemakkelijker naar mate je de persoon, van wie die woorden zijn uitgegaan, meer hebt leren kennen en hebt leren vertrouwen. Zo simpel is het eigenlijk. Als je de persoon erachter niet vertrouwt, dan vertrouw ook zijn woorden niet. En geloven of niet geloven heeft dus alles te maken met een relatie hebben, en dan vooral een bestendige relatie hebben met degene die dat woord spreekt.
 
Vertrouwd raken met degene van wie dat woord uitgaat. Meer nog: vertrouwelijk zijn met degene van wie dat woord uitgaat. Kijk en dan snap je dat, dat ongelovig geslacht, die tegenkrachten, die jou altijd willen laten geloven in de richting van ón,  van ónheil en ónvermogen en ónbemind. Daar moet je niet tegen gaan vechten. Die gaan niet uit dan bidden en vasten. Bidden en vasten is in feite je relatie met je Vader opbouwen. Bidden is de stilte zoeken met God. Ga naar je binnenkamer, zegt Jezus, zoek Hem in het verborgene. En vasten is niets anders dan het loslaten van datgene wat je daar vanaf kan houden. Dat is vasten. Voor een enkeling kan dat betekenen dat je je eten en drinken misschien eens laat staan. Dat kan, als je denkt dat je dat helpt, maar dat is niet waar het wezenlijk om gaat. Vasten is loslaten. Dan kom je dichter bij de Vader, en het is niet voor niks dat Jezus, en dat is uniek in de geschiedenis, dat Jezus ons God heeft doen kennen als een Vader. Dat was echt, in hemel en op aarde, een gigantische gongslag: God is een Vader! Dat was ook precies de reden waarom ze stenen opnamen, de vrome geesten, om Hem dood te gooien.  Nog niet eens in de eerste plaats om de leer die Hij bracht. Maar waarom? Omdat Hij God zijn vader noemde. Je kunt het lezen in Johannes 5:18. Dat was revolutie. Want een vader dat is niet iemand die tegen zijn kinderen zegt: jongens, denk er om nu dat je voldoende geloof in mij hebt anders gaat het niet goed!  Een vader is iemand die zegt: op mij kun je aan. Ik ben er voor je. En nog belangrijker: een  vader is iemend die dat niet alleen zegt maar vooral ook doet.
 
Zo kan een mens vrijkomen van een manier van geloven die als een last werkt.  Die niet bevrijdend werkt maar als een juk op je drukt.
En zo komt een mens ook los van alle discussies over hoe het nu precies is, en wat je nu precies moet geloven. Mensen kunnen elkaar dan bestoken met teksten om te bewijzen dat zij de enig juiste uitleg van de bijbel hebben. En dan denk ik, als je nu focust op: God is een Váder, dat brengt veel meer bijeen. Dan ontstaat er ook meer ruimte om te zeggen: goed, in een of meer opzichten kijk je anders tegen dingen aan. Maar wat zou dat, je bent m’n broer, je bent m’n zus en dat is zo omdat we samen een vader hebben. Natuurlijk, als je op hele essentiële punten van mening verschilt, dan kan het goed zijn om in liefde en met respect te zeggen: we gaan uit elkaar en we volgen elk onze eigen weg. En je zegent elkaar en je zegt: we blijven geestelijk broer en zus, kinderen van dezelfde vader en wie weet, misschien klimmen we wel langs verschillende kanten van de berg naar dezelfde top en komen we boven elkaar uiteindelijk weer tegen. En laat het oordeel maar aan God over, denk ik dan. 
 
Zo kom je los van de kramp dat je precies op de goeie manier moet geloven. Of erger nog, wat ik een keer iemand hoorde zeggen:  als je dat niet gelooft, dan is dat een slag in het gezicht van God. Dan denk ik: wat erg, wat erg om zo over God te spreken. Dan zie ik een Mozes die met een stok op die rots slaat om het water maar tevoorschijn te laten komen. Want God heeft het gezegd en we zullen zijn woord desnoods met geweld waar maken. Sommige voorgangers willen het geloof wel tevoorschijn slaan. Ach, de bedoeling zal wel goed zijn, maar dan denk ik, wat een verschrikkelijk beeld van God geeft je dan. Het heeft niets te maken met hoe God werkelijk is: in Hem is geen spoor van duisternis, zegt de Bijbel, en dus ook niet van geweld.
 
Als we het aandurven om die rollen een beetje om te keren, dus God nu vooral laten geloven in ons, en wij vertrouwen op Hem, dan geeft dat rust. En dan kom je meteen bij het woord genade. Want dat betekent namelijk rust.  Genade is de vertaling van het Latijnse woord gratia. Je kent dat in onze taal ook: je krijgt gratie. Als je straf hebt verdiend maar het wordt je kwijt gescholden, dan krijg je gratie. 
Toen in de 7eeeuw de monniken  uit Ierland naar het vaste land van Noord-West Europa kwamen om daar het evangelie te brengen, gebruikten die het woord “gratie”, want de kerktaal toen was latijn. In het engels is het blijven hangen als grace, gratie. En toen ze dat moesten vertalen hebben ze gekozen voor een oud germaans woord: “genade”, dat betekent dus rust. Het betekent ook gemak, en ook steun, toevlucht, hulp. 
Dat vind ik mooi. Het probleem met woorden die eeuwenlang gebruikt worden, is dat de betekenis slijt of dat het soms een een verkeerde lading krijgt. En genade dat heeft zoiets meegekregen van: je mag blij zijn dat God je vergeven heeft en je accepteert, maar verder moet je je maar rustig houden en je niets verbeelden, want het is allemaal  genade, broer, je hebt het niet verdiend. Dan wordt heel sterk de nadruk gelegd op het niet verdiend hebben. Alsof je voor God niet de moeite waard bent, alsof God er niet alles voor over heeft gehad om jou ook bij zich te krijgen.
 
Genade is rust. Eindelijk een God die als een vader is en bij wie ik rust vind.
Genade is gemak. Eindelijk een Vader bij wie ik me op m´n gemak voel omdat ik mezelf kan zijn bij Hem. Dat is het waar het om gaat. 
Genade is een hulp, een toevlucht, een steun hebben Iemand bij wie ik niet sterk hoef te zijn, bij wie ik zwak mag zijn. Bij wie ik mag zeggen: ik zie het allemaal even niet zitten, ik weet even niet hoe ik verder moet, Heer ik zoek mijn toevlucht bij U. Mag ik gewoon even op U steunen en bij u schuilplaats zoeken. En je Vader zal dan zeggen: graag, daar ben Ik voor.
De grondbetekenis van het woord gratia is: gunst. In twee betekenissen; in de zin van God bewijst je een gunst, Hij doet je het goede toekomen, onverdiend, dat wil zeggen niet omdat wij een tegenprestatie hebben geleverd. En wij zijn dus Zijn gunstgenoten. Hij deelt graag uit.  En ook gunst in de zin van: je bent bij Hem in de gunst. Hij ziet je graag. “Ha, daar ben jij weer” zal God zeggen als Hij jou ziet en zijn gezicht licht op. “Blij dat je er bent, blij dat ik je zie.” Gunstgenoten, dat zijn we inderdaad.
Weldaad betekent het ook, en genegenheid. En dat zijn allemaal dingen die kun je niet verdienen, die je je moet laten welgevallen.
Dat valt niet altijd mee, want we zijn toch regelmatig van die doe-het-zelf-christenen. We moeten toch laten zien dat we het zelf kunnen en dat we het toch ook verdienen. En de Vader die dan zegt: mijn geliefd kind, ga nu eens zitten en laat het je nou eens aanleunen, mijn welbehagen in jou, mijn genegenheid voor jou, en dat je bij Mij in de gunst bent, dat Ik jou graag zie. Ga nu gewoon eens zitten en laat het maar over je komen, laat je dat nu eens welgevallen.
 
Inderdaad, niet verdiend, nee, maar dat is nu juist de kern van het christelijke geloof. Je krijgt bij God niet wat je verdient, je krijgt bij God wat je nodig hebt. En dat is zo oneindig veel meer dan wat je verdient. Ik ben er van overtuigd, als er iets is wat het christendom onderscheidt van alle andere godsdiensten, dan is het genade. Echt waar. Want dat is zó wezensvreemd aan elke andere godsdienst. Waar je op de een of ander manier als mens zelf moet zorgen dat je het einddoel realiseert, wat dat dan ook is. Soms is dat door allerlei verplichtingen te volbrengen, in een ander geval is dat door je zelf te onthechten en te ontledigen, zo ver, dat je je eigen identiteit kwijt raakt. Ik las een interview met een meisje, dat zich van de islam bekeerd had tot het  christendom. Die vertelde over hoe het dan ging in haar wanhoop. Want de kern van haar geloof was, dat ze altijd alle regels en voorschriften moest volbrengen. En dat was niet alleen 5 keer per dag bidden met het gezicht naar Mekka, maar nog veel meer. En dat lukte nooit, zei ze, dat lukte mij nooit. Van een hoop godsdiensten is de kern: als je alle geboden maar volbrengt dan zit je goed .
En vergis je niet hoor: voor veel christen is dat ook de kern van hun geloof. Dat is echt niet alleen in de islam zo. Maar het evangelie van Jezus zegt: alsjeblieft, je hoeft er zelf niets voor te doen, hier heb je vergeving, hier heb je rechtvaardiging, hier heb je Gods welbehagen, om niet. Dat is de kracht, dat is de kern van het christelijke geloof, daar ben ik van overtuigd. Laten we dat alsjeblieft vasthouden.
 
Ik las onlangs een verslag van zending ergens in Zui-Amerika. Daaruit bleek waar de focus op gericht was, waar ze vooral mee bezig waren en hun energie voor inzetten: “we hebben drie grote problemen”, zeiden ze, “dat is de armoede, het drugsgebruik en de tienerzwangerschappen.  En daar zijn we als team mee bezig.” Er is natuurlijk niets mis mee om je ook om die problemen van je medemensen te bekommeren. Maar als we al onze aandacht en energie daarin stoppen dan vergeten we het belangrijkste: de genade. Wij zijn echt niet beter dan de wereld in bestrijding van armoede en drugsgebruik en tienerzwangerschappen. Ik zeg niet dat je dat moet laten liggen als je het evangelie brengt. Natuurlijk moet je ook naar de natuurlijke noden van de mensen omzien en ze daar in  helpen. Maar wat wij de wereld te brengen hebben is geen drugsbestrijding en armoedebestrijding. Wat wij te geven hebben is genade. Dààr zit de wereld met smart op te wachten. Want alle principes in de wereld draaien om ongenade, zo noem ik het maar even: het tegenovergestelde van genade.
De kern van genade is het volbrachte werk van Jezus Christus. En dat is dus ook de kern van onze boodschap waar je altijd weer op uit komt. Laat je dat nooit afhandig maken. Het offer dat Hij gebracht heeft, zodat het voor mij volbracht is. Zodat ik niet meer hoef te presteren, mijzelf niet meer hoef te bewijzen, mijn eigen rechtvaardiging niet meer hoef te verdienen.
Ja, genade geeft rust, geeft vertrouwen op Gods goedheid. Zekerheid dat Hij geeft wat ik nodig heb. Die vanzelfsprekendheid.
 
En wat is dan de rol van God? Als we  God nu eens wat meer de rol laten hebben van degene die gelooft. God gelooft namelijk in mensen. God gelooft al duizenden jaren in mensen. Daarom heeft hij ze ook een vrije wil gegeven. Ik kan het misschien andersom zeggen: uit het feit dat Hij de  mensen een vrije wil heeft gegeven, een keuzevrijheid, blijkt wel dat hij in mensen gelooft. Want als Hij niet in mensen zou geloven, dan zou Hij  zeggen: aan dit waagstuk begin ik niet, dit wordt niks, Ik geef de mensen geen keuzevrijheid, Ik ga ze wel zo voorprogrammeren dat ze niet anders kunnen dan de dingen doen die Ik goed vind. Dat heeft God niet gedaan, want Hij gelooft in mensen. En Hij verlangt ook naar mensen die uit eigen beweging en uit eigen vrije wil zeggen: ik kies  voor God, voor zo’n Vader voor kies ik.
God gelooft in ons, God gelooft in jou. En dat vind ik wel zó sterk. Als ik dat tot me door laat dringen dan verwarmt mij dat en het geeft mij energie om verder te gaan. Het besef dat God in mij gelooft. Niet in wat ik misschien allemaal wel kan presteren, maar in hoe ik ben en wie ik ben en hoe ik in mekaar zit.
 
De sociologie kent een theorie, de spiegeltheorie, en die zegt: een mens wordt datgene wat de meest belangrijke persoon in zijn leven over hem gelooft. Dat is wat ‘ie wordt.    De mens wordt wat de meest belangrijke persoon of personen in z’n leven laten bljken over hem te geloven. Dat zie je in de praktijk ook gebeuren. In negatieve én in positieve zin. Een goed voorbeeld is natuurlijk de jongen of het meisje dat regelmatig te horen krijg: joh, jij groeit op voor galg en rad. Je bent niets en het wordt ook helemaal niets. Dat wordt dan een soort profetie die zichzelf vervult. Mensen gaan zich daarnaar gedragen. 
En de belangrijkste persoon, dat zijn vaak je opvoeders. Of je man of je vrouw of of een docent een leraar of misschien wel een grootmoeder of een grootvader. Iedereen heeft een mens in z’n leven die heel belengrijk voor hem is, of misschien enkele mensen, die heel bepalend zijn voor het beeld dat je over jezelf hebt. Want dat ontleen je namelijk aan wat anderen over je zeggen. En dat hoeft niet eens met zoveel woorden te gebeuren. Het kan ook besloten liggen in hoe dingen gaan. Ik heb eens iemand horen vertellen over zijn leven. “Mijn ouders hadden vroeger een zaak”, zei hij, “het waren kleine zelfstandigen, en ze moesten keihard werken en maakten lange dagen. Daardoor was er helemaal geen aandacht voor ons. Daar ontbrak de tijd gewoon voor.  Daardoor groeide ik op met het gevoel dat ik niet de moeite waard was om aandacht aan te geven.” Dat was als het ware de boodschap die hij had opgepikt, niet omdat dat gezegd werd maar uit hoe het in dat gezin toeging.  Als kind had hij niet door, dat die ouders kunnen niet anders konden, omdat ze zo hard moesten werken. Nee, hij merkte dat er geen aandacht was en dat er niet werd geluisterd, en vertaalde dat als: ik ben niet de moeite waard. Zo iemand groeit op en in hem groeit tegelijk een besef van wie is er nu geïnteresseerd in mij? Ik ben niet de moeite waard om veel aandacht aan te geven. En daar gaat zo iemand zich dan ook naar gedragen. Beetje de grijze muis, beetje verlegen, geen hoge dunk van zichzelf.
 
Dat heeft niks te maken met schuld of verwijt. Dingen kunnen zo lopen, Dit is maar een voorbeeld. Er zijn een hele hoop andere varianten op natuurlijk, hoe een mens een bepaalde boodschap over zich zelf, een soort code, in het leven meekrijgt. De onbeminde, de ongeziene.
Wat ook gebeurt is dat mensen die  opgroeien worden opgezadeld met hele hoge verwachtingen. Dat opvoeders of anderen zeggen: ik heb zelf niet de gelegenheid gehad om te studeren en om verder te komen in het leven, maar jij moet dat wel waarmaken en dat verwachten wij ook van je. Dat kan ook een last worden. En mensen gaan zich ook daarnaar gedragen. Die mensen zijn altijd bezig om te bewijzen dat ze inderdaad voldoen aan die hoge verwachting. Och dan het wordt zo’n juk.
Een tijdje geleden was ik bij het afscheid van een hoog geplaatst persoon, die ging met pensioen. Een grote zaal vol met mensen, allemaal toespraken, en uiteindelijk kwam die persoon zelf aan het woord. Ik heb hem jarenlang van dichtbij meegemaakt en nooit enige emotie bij die man gezien, hijstond altijd overal boven. Alles gleed van hem af, het leek alsof niets hem deerde. Altijd was hij de sterke figuur. Hij hield aan het slot zelf z’n praatje. En hij noemde zijn vader, die een aantal jaren daarvoor overleden was en dit dus niet meer kon meemaken. Ik wou dat mijn vader hierbij geweest was, zei hij. En toen had ‘ie in één keer een brok in z’n keel. Voor het eerst zag ik emotie. Ik dacht: al die jaren ben je bezig geweest om te laten zien dat je beantwoordde aan het ideaalbeeld wat je van huis uit hebt meegekregen, aan de verwachtingen van je vader. Wat jammer, wat jammer. Nooit zwak mogen zijn. Altijd bezig geweest om aan het beeld te beantwoorden van de onaantastbare persoonlijkheid.
 
Dat kan heel bepalend zijn in mensenlevens, datgene wat die belangrijke personen in jou leven over jou hebben gezegd, hebben gedacht, je hebben meegegeven. En dat beeld kun je je leven lang meedragen en dat kan bepalen hoe je in het leven staat.
Gelukkig werkt dat ook naar de positieve kant. Ik moest denken aan het verhaal van de evangelist David Wilkerson en Nicky Cruz. Het is opgeschreven in een boekje dat heet Het Kruis in de asfaltjungle (oorspr. titel: The Cross and the switchblade), je kent het missschien wel. Op een dag is daar in die buurten in new York, waar de straatbenden elkaar naar het leven staan, door David Wilkerson een een grote meating georganiseerd, een evangelisatiedienst, en Nicky Cruz en zijn bendeleden zijn daar ook bij. En op een gegeven moment zullen de mandjes rondgaan waar de mensen hun geld in kunnen doen en Wilkerson zegt tegen Nicky Cruz en zijn bendeleden: jongens willen jullie de collecte ophalen? Nou dat gaf al meteen gejoel in de zaal; dat wordt lachen, dachten de mensen, die Wilkerson kan naar zijn geld fluiten. Nicky Cruz en zijn maten halen inderdaad in emmertjes de collecte op en moesten toen, om het bij Davidson op het podium te brengen, vervolgens de zaal uit om achterlangs om op het podium te komen. Dus ze waren een tijdje uit zicht. Je kunt je voorstellen hè, de meesten daar dachten: die gaan er van door, dat geld zien we nooit meer terug. Maar even later komen die jongens met z’n allen het podium op en ze leveren die mandjes en emmertjes bij David Wilkerson in. Wat geloof kan doen, hè. Ik kan me zo voorstellen dat die jongens dachten: iedereen denkt van ons: die jongens zijn voor geen cent te vertrouwen, die moet je dus nooit met de collecte op pad sturen. En dan is er een vent en die zegt: jongens willen jullie de collecte ophalen? Die gelooft in ons. Die gelooft dat wij betrouwbaar zijn, die gelooft dat wij met dat geld op het podium komen. En dat besef dat er in hem werd geloofd had voor Nicky Cruz zoveel kracht, dat het bewerkte wat haast niemand voor mogelijk had gehouden.  Dat die bendeleden, en dat was tuig hoor, dat die met het geld naar Wilkerson op het podium komen: alsjeblieft hier is het geld.
 
Ik vind dat een prachigzo voorbeeld. Het laat zien wat het doet als er iemand in jou gelooft, positief in jou gelooft. Laten we ons daar dus maar op focussen. op wat je Vader over je gelooft, wat mijn Vader over mij gelooft. Want anders ga ik mij afzetten tegen degenen die mij ooit met verkeerde beelden hebben opgescheept. Of ik blijf tegen dat beeld vechten, dat het niet waar is en dat het anders is, en dat zal ik ook bewijzen. Dan blijf je altijd bezig met te vechten tegen de schaduwen uit je verleden. Terwijl je juist een evangelie hebt gekregen, wat zegt: hier heb je iets beters er voor in de plaats. Dat maakt die oude uitspraken over jou, die oude beelden, ongeldig, krachteloos. Vergeet ze maar. Je hebt er iets beters voor in de plaats gekregen. Het oude verdwijnt omdat het nieuwe groeit en sterker wordt. Je hoeft niet te bewijzen dat ze toch ongelijk hadden met negatief over jou te denken. Dat weet de Vader wel. Die heeft allang veel betere dingen over jou gezegd. Je hoeft dus niet te bewijzen dat je wel van goede wil bent. De Vader weet het. Hij gelooft in jou. En wat gelooft Hij vooral van jou? Volgens mij dat Hij naar jou kijkt en zegt: ik zie dat Ik in jou tot mijn recht kan komen. In en door jóuw wezen kan Ik mij manifesteren, daarin kan Ik tot mijn recht kan komen. Ik geschied in jou. “Het geschiedde in die dagen” zegt de bijbel”. En dat gaat door: het geschiedt in deze dagen. Wat geschiedt? God geschiedt in jou, God geschiedt in ons, en wel naar de mate dat bij ons het besef doordringt dat Hij in ons gelooft.
 
Wat mij betreft moeten die rollen maar een beetje omdraaien en van daar uit leven. Dat God zegt: ik geloof in jou. Dus leven als een ……? We hebben er niet eens een woord voor, realiseerde ik mij. Als er iemand van je houdt, dan heet je een beminde, maar als er iemand in jou gelooft dan heet je een ....? We hebben er niet eens een woord voor.  Gek hè. Nou, geeft niet, waar het om gaat is dat je leeft als iemand in wie geloofd wordt. En je mag er zelf een woord voor bedenken.
 
Amen.
 
Zullen we bidden?
Heer Jezus dank U wel voor dit kostelijke evangelie. Wat ben ik ontzettend blij Heer dat U gekomen bent, Dat U er werkelijk alles voor over hebt gehad, Uw eigen leven, zodat wij uit die genade kunnen leven. En Heer ik ben ook blij dat we stukje bij beetje steeds meer zicht krijgen op de waarheid die U bent komen brengen. Steeds meer zicht op de Vader zoals hij werkelijk is, zoals U hem hebt laten zien. Ik dank U Heer dat we daarin mogen uitrusten. Dat U ook bij ons geloof wékt, dan is het geen prestatie maar dan is het een levende werkelijkheid in ons bestaan. En Heer, wat een rijkdom om te weten dat U in ieder van ons gelooft.  Dat geeft ons energie en levenskracht. Dit is werkelijk een bijde boodschap. Dank U wel daarvoor.
Amen

Bent u aangesproken door deze preek? Geef een reactie op: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.
Maak de VOX website verder bekend en geef het evangelie van Jezus Christus door!