Thursday, November 21, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size


Het Lam volgen
Boodschap gebracht door Duurt Sikkens



U kent allemaal de gelijkenis van dat ene verloren schaap. Ik wou dat verhaal eerst lezen. We beginnen met Mattheüs 18 vers 10. Daar heeft Jezus eerst die bekende handeling verricht dat Hij hele kleine kinderen neemt, ze zegent en dan vergelijkt Hij de volwassenen met die kinderen. Die noemt Hij ‘kleinen’. Dat hoef ik niet allemaal te vertellen. Dat is een bekend verhaal.
En dan gaat Hij een poosje door over die kleinen. Dan zegt Hij ineens: “Zie toe dat je niet één van die kleinen veracht”. Dat gaat niet over kinderen. Dat gaat over geestelijke kinderen, want er staat achter: “Ik zeg U dat hun engelen in de hemel voortdurend het aangezicht van Mijn Vader zien die in de hemelen is.” Dat zijn gelovigen. Want als je denkt dat alle kinderen over de héle wereld een engel hebben, dan doen deze engelen hun werk slecht, want er gaan er veel  te veel dood zoals je weet. Dus even doordenken. Het gaat over de kleinen. En die kleinen, dat zijn wij. We zijn niet groot, we zijn klein. In  het Grieks staat er voor het woord ‘klein’: ‘micron’. En iedereen weet, wat een ‘micron-mens’ is, dat ben jij. Dat is een doordenker  hoor: micron. “En veracht ze niet”, zegt Jezus. En ‘verachten’, dat is ‘gering schatten’. Dat gebeurt door mensen die zichzelf belangrijker vinden dan een ander mens. Dus ‘geringschatten’ is ‘op iemand neerkijken’,  jezelf meer achten. Ja, dat is geringschatten. En Jezus heeft altijd wat gehad met het kleine, het geringe, het kleinste, het minste, de laagsten, de laatsten. De onopvallenden in de wereld, ja. En de  engelen van de gelovigen staan altijd in contact met de Vader. En dan komt er een hele sterke uitdrukking: ‘de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te behouden’. Dat is de kern van Zijn boodschap: “Wat Ik verloren ben, moet Ik zien dat Ik het terug vind en dan bij Mij houden. Dáárom ben Ik gekomen”.
Wat ga je doen als je iets kwijt bent? Als je iemand kwijt bent? Zoeken! En daar vertelt Hij een gelijkenis over. Want die vraag moet ik altijd mezelf stellen en dat doe ik ook rustig: “Ben ik uit om te behouden, of niet? Wil ik redden wat er te redden is, of niet?” Want als ik het loslaat, ja, dan gaat er ook wat verloren, dan verlies ik het.
 
“ Nou, wat denken jullie?”, zegt Jezus. Dat vind ik een prachtige vraag van Hem en je leest er gauw overheen. “Wat denken jullie nou?” En ik denk dat Hij dan ook een stilte laat vallen, om even na te denken. Vers 12: ‘Als een mens in het bezit is gekomen van 100 schapen en één ervan raakt verdwaald, zal hij dan niet de 99 op de bergen laten en heengaan om het dwalende te zoeken? En gebeurt het dat hij het vindt, voorwaar Ik zeg jullie dat hij zich over die ene méér verblijdt dan over de  99 die niet verdwaald waren. Dus bestaat bij jullie Vader die in de hemelen is de wil niet dat één van die kleinen verloren gaat’. Het gaat hier over kleinen. “Nou,wat dunkt u?” Een andere vertaling luidt, “of dacht je dat het anders was?” Goed hè? “Of dacht je dat het anders was? Want dan snappen jullie nog niks van God”. Er staat:  ‘een mens’. Maar eigenlijk staat er: ‘een of ander mens’. Een willekeurig iemand, ja. En dan dat beroemde woord ‘verdwaald’.  Nou, dat woord ‘verdwaald’ betekent in de grond van de zaak ‘de weg kwijt’.
Ik herinner mij dat ik op een keer in Amsterdam een weg zocht op een avond en alles was afgezet in verband met een marathon, en ineens denk ik: “Ik ga de weg vragen”. Ik stap uit en ik loop naar een echtpaar toe dat daar staat en ik zeg: “Mevrouw, meneer, ik ben de weg kwijt.” En de vrouw draait zich om, een drankadem sloeg me in het gezicht en ze zei: “Nou meneer, dat zijn we allemaal wel eens”. Verdwalen geldt voor mensen die bij een kudde hóren.  Daar gaat het over. Die bij een kudde horen. Ze beginnen ineens rond te dwalen. Ze raken aan de zwerf. En in evangelische kringen zijn er een hoop zwervers: de ‘relishoppers’. Ze gaan overal kijken of er iets te beleven is. Maar ze zijn wel losgeraakt van een groep. En dan worden ze niet meer gevoed, snap je. De herder is ze kwijt. Het woord uit de grondtekst is ‘planaoo’. Dat betekent ook: ‘tot zonde verleid worden’. De verkeerde richting opgestuurd worden. Nou, dat is mij ook overkomen. Ik moest geloven in de voorbeschikking. Ik moest geloven in het eeuwige zondaarschap. Nou, dan zit je op een dwaalweg hoor. Dat wil je niet, maar het is wel zo. En in allerlei kringen hebben ze de gekste weggetjes uitgedacht om die maar te bewandelen. Hele vreemde denkrichtingen die een mens geen goed doen. Je wordt misleid. ‘Verleiden’ betekent ‘een andere kant op geleid worden’. Dat is verleiden en dat woord dat komt het meeste voor in het boek Openbaringen. Dus kun je nagaan dat de verleidingen toenemen. Kijk uit dat je niet in verleiding komt. Daarom bid ik ook: “Leid ons uit de verzoeking, verlos ons van de boze”. De duivel is namelijk de grote verleider en wordt ook als zodanig gezien en gekend. De verzoeker. Altijd probeert hij om een mens uit Gods nabijheid te halen, want dat is zijn doel. Jij mag niet ongestoord en gelukkig leven. Hij is een rover. En daar loop je als kwetsbaar schaapje. Het Griekse woord betekent ook ‘bedrogen’ worden. Er wordt iets tegen je gezegd en dat blijkt achteraf niet waar te zijn. Vooral in verband met lichamelijke genezingen. En daar liggen vele teleurstellingen. En die arme schapen laten zich door allerlei mensen de handen opleggen. Het liefst in verre landen.
 Op een ‘dwaalspoor’ gebracht worden, betekent het ook. Dat zijn niet “de rechte sporen” uit Psalm 23. Bijvoorbeeld in evangelische kringen kom je heel veel tegen het aanbidden van de Heilige Geest. Je weet niet wat je hoort.  Je kan de Geest niet aanbidden. Dat staat ook duidelijk in Openbaringen: ‘Aanbid God’. Nergens is in de bijbel een tekst te vinden over het aanbidden van de Geest. Dus dat is lekker vaag; kun je in een bepaalde roes raken. En Jezus heeft gezegd in Lucas 21 vers 34:  “Pas op voor roes en dronkenschap”. En dan bedoelt Hij niet de opiumverslaafden, maar de reliverslaafden. Ze werken zichzelf in een geestelijke roes als rond het gouden kalf.  En het betekent ook ‘vergissen’. Gewoon ‘vergissen’. “Ik heb me vergist”. Ik wil je wel vertellen dat ik al deze dingen heb meegemaakt en wie niet? Wie van ons heeft dit niet meegemaakt dat er geprobeerd is om je op een ander spoor te zetten, om je af te leiden, of om tot zonde te verleiden of dat jij zegt: ‘Ik heb me vergist”.
En nou moet je je even verplaatsen in dat schaap. Dat is een gemeentelid, iemand die origineel bij een kudde hoort. Zefanja zegt er iets over in hoofdstuk 3 vers 18. Daar staat:  ‘Wie bedroefd zijn, verre van de feestvergadering die zal Ik samenbrengen, want ze horen toch bij U’. Een prachtige uitspraak. ‘Ver van de vergadering’; “Ik breng ze hoor”, zegt de herder,  “want ze behoren toch bij U”. Mooi hè? En daar is het werk van VOX ook op gericht, op de enkelingen, de eenlingen. Want kijk, stel dat je als schaap een keer helemaal vastloopt. Je verdwaalt, of wat dan ook, maar je loopt vast. Dat kan zelfs als je hier zit. Je kan elke zondag heel trouw komen, maar het kan best zijn dat je geestelijk verdwaald bent, dat je geestelijk vastzit. Dan ben je eigenlijk ontheemd. Je bent eigenlijk wat vervreemd van de herder, want een kudde bestaat bij de gratie van een herder, want die houdt het bij elkaar. Het kan zelfs zo zijn dat je vervreemd bent van jezelf. Dat je helemaal niet meer weet: “Wie ben ik eigenlijk? Bèn ik wel een schaap? Hoor ik er wel bij?” Dat is een geestelijke identiteitscrisis. Maar het heeft ook te maken met een soort bindingsangst. Je durft je niet in een groep in te voegen, je durft het niet want je bent heel erg gesteld op je vrijheid, maar je verwart het met eenzaamheid. Het kan heel tricky in elkaar zitten hoor in je gedachten. Durf jij je in te voegen, durf jij bij een groep te horen, want jouw leven hangt er namelijk van af, van die groep. Durf jij een ander de kans te geven om jou lief te hebben? Durf je een naaste naast je te hebben, die jou barmhartigheid bewijst, die gewoon goed is voor je. Of zeg je: “O, ik red me wel. Ik wil een ander ook niet tot last zijn”. En meer van die opmerkingen, die jou afschermen voor de liefde van een ander in wie God werkzaam is. Wil je geliefd worden of  kun je het niet? Ben je niks gewend? Dan ben je iemand die in de armen genomen moet worden. Maar mensen die eenzaam zijn, helemaal alleen, en dat bedoel ik echt geestelijk, die worden gauw een prooi van wolven hoor. En welke wolven zijn het gevaarlijkst, wat denken jullie? In schaapskleren. Ze praten over de Heer en over God, want de buitenkant is de schapenvacht. Jezus is zo kwaad op zulke wolven in schaapskleren. Weet je wat Hij een keer zegt? Ik zeg het niet zo hard als Hij, niet eens. Maar Hij zegt: “Stelletje huichelaars, jullie reizen zee en land af om één bekeerling te maken en dan wordt ‘ie dubbel zo erg als jullie”. Dat zegt Hij. Of Hij ze doorhad! Hij zegt het nog harder hoor. In Mattheüs 23 vers 15 zegt Hij: “Jullie maken er een kind van de hel van”.  Wolven zijn het!  Ezechiël heeft erover geprofeteerd. “Weet je waarom ze verdwaald raken?” vraagt hij. “Er is geen herder” zegt hij. “Niemand die ze samenbindt”.
En de uitrusting van een goede herder – dat weten jullie nog wel – dat zijn twee staven.
De ene staf heet ‘lieflijkheid’ en de andere heet ‘samenbinding’. Dat staat allemaal in Zacharias 11  beschreven.  Maar weet je wat ik erg vind? Stel dat je een schaap van de kudde ziet weglopen, ziet verdwalen, tot zonde verleid ziet worden, die zich vergist, die bedrogen wordt; één van ons. Ga je ‘m natrappen? Een brief erachteraan sturen, een e-mail? Dan ben je verkeerd bezig, want het enige wat God zoekt is het gesprek. Ga er maar heen. Ja, en dan is een geliefde tekst van een hoop mensen in Mattheüs 18 vers 15: ‘Als hij zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen.’ Weet je wat er in de grondtekst staat? ‘Help hem terecht’. Je geeft ‘m niet op z’n kop. Hij weet zelf wel dat hij gezondigd heeft. Maar help ‘m weer terecht, dat hij weer goed terecht komt. Oordeel niet. Mensen die elkaar regelmatig zien, schrijven elkaar geen vermanende brieven of e-mails. Judas is er ook het slachtoffer van geworden. Er werd tegen hem gezegd: “Je moet zelf maar zien wat ervan terecht komt!”
(Matteüs 27 vers 4). Dat is natrappen. En wat maak je dan van dat schaap? Een zwart schaap. Je hebt je commentaar en je oordeel veel te gemakkelijk klaar. En dan kun je nog doorgaan; je kan ‘m opzoeken en proberen terecht te brengen. Nou, het lukt niet. Misschien met z’n tweeën. Dat lukt ook niet. En dan zegt Jezus in vers 17: “Ja, dan is hij u als een heiden en een tollenaar”. Mijn vraag is: “Wie ging er om met heidenen en tollenaars?” Onze Heer, want als het weer een heiden en een tollenaar is, dan kun je het evangelie weer brengen. Helemaal opnieuw! Schrijf nooit iemand af! Dan snap je nog niks van het evangelie. Je hebt de kleinen geminacht. Je mag nooit iemand de zonde nadragen. Het is toch vergeven!  Noem al die mensen maar op die bij jou in de buurt wonen. Hoe praat je over ze? Hoe denk je over elkaar? Hoe denken wij over elkaar? Heb ik een verleden? Gelukkig wel; het is voorbij! Maar natrappen is zo erg. Dan schop je iemand die al op de grond ligt. Wil je zelf een goede herder zijn, wil je dat? Dan gaan de mensen je namelijk ter harte en anders ben je gewoon een huurling. Dan begrijp je nog niks van het offer van Jezus, want Hij is gestorven voor vriend en vijand. Hij is een zwart schaap geweest zeg. ‘Zwart schaap’ betekent dat hij de schuld krijgt van alles. En Jezus heeft ervoor gekozen om het zwarte schaap te zijn. Hij nam alle schuld op Zich. Zelf was Hij totaal onschuldig maar Hij zei:  “Geef Mij het maar. Maak van Mij een zwart schaap, dan ben jij het kwijt”. Hoe vind je dat? Ik hoef het ritueel van ‘grote verzoendag’ niet meer te vertellen. De meesten weten dat wel? Nou: op twee bokken werden de zonden van het hele volk geladen in de woestijn. Dat deed Mozes of de hogepriester. Dan werden de handen op die kop gelegd en dan werd dat beest de woestijn ingestuurd. Die droeg symbolisch alle zonden met zich. Een beeld van onze Here Jezus.
Dat heet in het Engels ‘scapegoat’. Wel eens gelezen? Nou, ‘scape’ komt van ‘escape’; dat is ‘ontsnappen’. Jij ontsnapt dank zij het offer van Jezus. Jij ontsnapt aan het oordeel. ‘Zo is er dan geen veroordeling voor hen die in Jezus Christus zijn’ zegt Paulus in Romeinen 8 vers 1.  Wat een mens hè, Jezus. “Geef Mij jouw schuld”. Toen Jezus dus aan het kruis hing, was het grote verzoendag in de hemel. En toen zijn alle dingen vervuld. Wat een liefde en barmhartigheid!  Deze Goddelijke en geestelijke Sabbath, waarop een mens tot rust kan komen, heeft plaats gevonden op Golgotha. “Dat was groots” zegt Johannes in hoofdstuk
19 vers 31. 
 
‘De liefde ’, zegt Paulus ‘de liefde van God – het gaat over de agapè – zoekt zichzelf niet’. Ken je die uitdrukking? Ik zoek die ander. God is ook zo.  Ik zoek de ander, ik zoek wie ik kwijt ben geraakt.  Ik vind zo mooi dat Jezus hier vertelt van die herder die zegt: “Ik laat die 99 hier, die redden zich wel hoor”.  Ja, prachtig hè. Want die ene gaat hem veel meer ter harte dan die 99 anderen hoor. Want als ‘ie ‘m gevonden heeft – eigenlijk staat er: ‘en gebeurt het dat hij het vindt’ – . Het kan namelijk ook niet gebeuren. In het Engels staat er: ‘If he happens to find it’,  ‘Als hij het geluk heeft dat hij hem vindt’. Want hij zoekt, maar het kan best zijn dat hij hem niet vindt.
Maar áls hij ‘m vindt…. Wat zeg je dan? En misschien is ‘ie wel hartstikke bang, voelt zich schuldig. Maar laat maar merken dat jij blij bent met die ander. En ik vind het zo leuk dat hij dan veel blijer is met die ene dan met de rest. Hij jubelt het uit. Hoe zouden die 99 anderen dan reageren? “Nou, wij zijn altijd trouw geweest. Wij hebben nooit een feestje.” Net als de broer van de verloren zoon? Had het dan gebouwd, dat feestje. Maak een feest van de terugkeer en feest mee met de herder. Engelen vieren dan ook feest, ja.
Nou, kijk alstublieft heel anders aan tegen broeders en zusters die zondigen. Tegen christenen  die verdwaald raken. Maak alles los van alle godsdiensten van de hele wereld en zoek. Ga maar gewoon zoeken. Je komt ze overal tegen, in elke kerk of kring. Het gaat me erom dat je enige drijfveer is : barmhartigheid, ja. Want anders zou het best kunnen zijn dat een schaap dat opeens tot de ontdekking komt: “Ik zit fout, ik heb gezondigd”, dat ‘ie bang is om terug te komen. Want die heeft namelijk ook nog een steen naar z’n hoofd gekregen en een klap met een staf. Kan een verloren schaap bij jou terecht?  Wat straal jij uit? Vergevingsgezindheid? Barmhartigheid? Of veracht je de kleinen? Word je nog bewogen en waardoor? Wat beweegt er, wat vibreert er in je mee? Er komt iemand in de gemeente en die is overal geweest en jij kent zijn verleden. Is hij welkom of niet? Misschien staat ‘ie met trillende benen bij de uitgang, een sigaar te roken, zó zenuwachtig is die.  Is die welkom of niet? Van de verloren zoon in dat verhaal, moet je maar eens goed lezen, daar staat dat die vader hem tegemoet ging…. op een draf, op een draf! Hij holt! Wat een vader hè. “Daar heb je ‘m!” Wat een uitstraling! Dus mijn vraag aan  mijzelf is – want ik stel mijzelf ook altijd die vragen – “Ben ik een goede herder of niet? Kan iemand zich aan mij toevertrouwen of niet?” Of moet je onmiddellijk vertellen wat jij er allemaal van vindt? Nou, dat is dan jammer. Ik heb liever iemand die mij zwijgend omarmt en niets meer zegt. Dan voel ik me veilig,  als ik helemaal scheef heb gezeten.
 
Nou, nog een paar gedachten over een schaap. In het Grieks staat er:  ‘Probaton’. Weet je wat het betekent? ‘Hij loopt vooruit, hij loopt voorop; een vooroploper’. Een schaapje, maar je kan ook net zo goed geiten en zo gebruiken hoor. Dat is allemaal kleinvee, de micron. Een schaap is een beeld van je inwendige mens, van je geest, je ziel. En Jezus die koos voor een heel klein schaap: een lam. Dat is ook een doordenker. Je kan zelfs lezen: ‘lammetje’. Nou, kleiner kan haast niet. Het kleinvee, de pas gedoopten,  pas geborenen.
Zoek eens op dat stukje uit Genesis, over de kudde van Jakob met al dat kleinvee. Jakob moet Esau ontmoeten, Genesis 33 vers 13 en 14,  en dan gebeurt het volgende: ‘Mijn heer weet hoe zwak kinderen zijn en ik heb de zorg voor de zogende schapen, geiten en runderen.’ - Het gaat over de gemeente; dat heb je nou wel door hè – ‘Als die ook maar één dag worden opgejaagd gaan ze allemaal dood’.
Hoe hard ging die kudde? Langzaam. Ga eens verder. ‘Laat mijn heer toch voor zijn dienaar uittrekken (hij heeft het tegen Esau) dan zal ik hem op mijn gemak naar Seïr volgen en mij aanpassen aan het tempo van het vee dat ik bij me heb en aan dat van de kinderen’. Hoe vind je dat? Wat is Jakob een goede herder. Hij jaagt ze niet op. Hij past zich aan  het tempo aan van de kinderen en het kleinvee. Dat gaat niet hard. En ze zitten soms overal en ze snuffelen overal aan en die kinderen rennen een eind weg. En wat doet die herder dan? Nou, even wachten, een keer roepen. Dat is ons tempo. Paulus zou zeggen: “Zij die geloven,  haasten zich niet”. Hoe vind je dat? De kleinen bepalen het tempo, de micron, ja. Wat een goede herder. Van Jakob, van Abraham wordt verteld dat zij goede herders zijn. Hoe komt dat? Nou, omdat zij zelf God als herder hebben. En God jaagt niet op. Hij zweept de kudde niet voort, maar leidt de schapen naar rustige wateren.
 
Je hebt ook nog bokken hè. Waar staat de ‘bok’ symbool voor? Voor iemand die koppig is, gewoon koppig. Die wil niet luisteren. Ze staan ook voor iets brutaals, gewoon een grote mond.  Maar het grootste kenmerk is: ze zijn heerszuchtig. Ze willen heersen, maar uiteindelijk worden de schapen van de bokken gescheiden. En een lam, dat staat altijd symbool voor zachtheid  en onschuld en staat ook symbool voor weerloosheid; kan zich niet uit eigen kracht verweren, zo kwetsbaar. Het Lam van God; zie je ‘m daar, in de onzichtbare wereld. Dat God dat Lammetje beschermt? Dat Lammetje, dat Lam loopt voorop; want we zeggen rustig  naar Openbaring 14 vers 4: “We volgen het Lam waarheen het ook gaat.” En waar gaat dat dan naar toe?”;  ‘het Lam volgen’ betekent dus in Zijn tempo, naar Zijn barmhartige aard navolgen en dan zullen heil en goedheid jou volgen. En als het Lam omkijkt, het Lam van God, en Hij ziet ons, dan kan Hij ook zeggen: “Heil en goedheid volgen Me”, want van die schapen, van die mensen gaat heil en goedheid uit. Dàt zijn nou ‘volgelingen’. Want de uitdrukking ‘Jezus volgen’ wordt te pas en te onpas gebruikt.  Maar wie durft te volgen in weerloosheid? Wie durft dat? Het Lammetje gaat ons voor.
 
Ik lees nog een profetie voor waar een  zuster van ons, die in een psychiatrische setting verblijft, heel veel aan heeft en die haar in leven houdt:
‘Voor jullie. Voor jullie, geslagenen en bangen en heen en weer geschopten, misbruikten en vluchtelingen. Diep in je is zo’n sterk verlangen naar liefde, naar bemind te worden, iemands geliefde te zijn. Een hunkering, zo sterk dat het een kreunende schreeuw wordt. En die wordt beantwoord door God in de gedaante van een mens, een mens in de gestalte van God. Vertrouw je met al je kwetsuren, je weerloosheid, je verborgen verdriet, maar toe aan Gods vertrouwelingen. En dan, daarna? Hunker jij ook naar die manier van mens zijn, waarin iedereen veilig is bij jou omdat jij een liefdevol mens bent? Eén van Gods betrouwbare bronnen, Zijn boom? Dan zul jij de geslagenen mogen omarmen, de bangen in vrijheid mogen stellen, de verschoppelingen mogen verhogen, de misbruikten waarachtig leven geven en de vluchtelingen eeuwig onderdak. Dan mag jij de ontkenden bevestigen. Genade vóór veroordelen laten gelden en dan zal van jou gezegd worden: “Zie, Mijn geliefden, hoort hen”.   
Amen.
 
Ik wil heel kort bidden: “Vader, leer ons een lam te zijn en zó een goede herder te worden.
 
Amen.”