Monday, September 23, 2019

“He’s got the whole wide world in His hands”

Text Size



Het beeld van God,  Johannes 17: 1-5
Duurt Sikkens
 
 
 
Johannes 16, vers 25: “Dit heb Ik jullie altijd verteld in beelden.” Maar Hij zegt: “Er komt een keer een moment en dan praat Ik niet meer in beelden, dan ga Ik vrijuit met jullie over de Vader praten.” En Zijn discipelen zeiden: “Zie, nu spreekt Gij vrijuit, zonder beeldspraak te gebruiken.”  Ja, ook een verrassing voor Jezus, dat ze Hem direct begrepen, zonder dat er sprake is van allerlei beelden. Het is heerlijk om bezig te zijn met de gedachtewereld van
God, met die ruimte. En waar we de laatste jaren mee bezig zijn: Ik heb nog nooit zulke dingen gehoord of ergens gelezen. Zo mooi, zo wezenlijk, zo echt.
 
Nou even een paar verzen lezen. Het is een veel gelezen  hoofdstuk, vaak bij traditionele gelegenheden. Toen ik eraan begon dacht ik: Wat staat hier veel in. Wat is dit eigenlijk een compacte weergave van waar Jezus altijd mee bezig geweest is. En dan kijkt Hij eens zo naar de mensen om Hem heen en denkt: Ze zijn me toch maar allemaal trouw gebleven. Hij zegt dat een keer in Lucas 22:28: “In al mijn verzoekingen zijn jullie bij me gebleven.”  En dààr heb je het: Er bij blijven.
Laten we eerst maar lezen: (Johannes 17:1-5): “Dit sprak Jezus, en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei: Vader, de ure is gekomen; (Wij zouden zeggen: Het is zover.) verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Je gestuurd hebt. Ik heb Je verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Je Me te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Jij Mij Vader, bij Jezelf met de heerlijkheid, die Ik bij Je had, eer de wereld was.”
Je kent allemaal de uitdrukking: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God, het Woord wàs God.’ De gedachte van God. Hij wil zichzelf zo graag uiten. En dé uiting van een gedachte is een woord. Daarom heet Jezus ook: Woord van God (Openbaring 19:13). Een gedachte is onzichtbaar. Een Woord is ook onzichtbaar, maar je kunt het wel horen. Wij zijn met onzichtbare dingen bezig. Dus God en degene, via welke Hij Zich uit, horen bij elkaar als gedachte en Woord. Het Woord maakt eigenlijk de gedachte hoorbaar. “Het geloof is door het horen” zegt Paulus. En dat vind ik mooi. “Wie Mij hoort, hoort de Vader”, zou Jezus kunnen zeggen. “Ik ben Zijn Woord en Hij wil Zich zo graag uiten.” Dan heft Hij Zijn ogen ten hemel. Leuke uitdrukking van Johannes. Dat betekent: Hij kijkt in de onzichtbare wereld van Zijn Vader. Dat is de werkelijkheid van God. En dan begint Hij te spreken. En je ziet de discipelen luisteren naar Hem. En Jezus is zó blij. Nota bene vlak voor Zijn gevangenneming, Zijn verraad, Zijn kruisiging, de dood. Hij zag daar tegen op als een berg, maar Hij is inwendig zó blij. Dat zegt Hij ook in Joh. 17 vers 13: “Dat zij Mìjn blijdschap in zichzelf mogen hebben.” Want waarom is Hij nou zó intens blij? Dat Zijn mensen daar geloofden wat Hij zei. Dat Zijn woord een plek had gevonden, ondanks alles wat er op hen af stormde; ze geloofden Hem. “Vader”, zegt Hij,”het is zover”. Wat is er door Hem heen gegaan toen Hij dat zei? En dan vraagt Hij: “Wil Je Je Zoon verheerlijken?” Wat is verheerlijken? Dat is niet een dansende, juichende, springende menigte. ‘Verheerlijken’. Dat woord heeft twee betekenissen. De eerste is ‘mening’, het grondwoord van ‘doxa’ en de andere betekenis is ‘glanzen’. En hoe kan ik nou het begrip ‘mening’ en ‘glanzen’ met elkaar in verband brengen? Daar zit je naar te zoeken terwijl het eigenlijk heel eenvoudig is. De gedachtewereld van God is glanzend. Als je zo gaat denken, dan straal je van binnen. Dat geeft glans aan je bestaan. Er staat in Exodus: “De heerlijkheid des Heren verscheen in een wolk.” Daar heb je die heerlijkheid: in een wolk. En Jezus heeft dat altijd geweten, en beseft, dat Hij het begin van die wolk was. En Hij zegt dan ook als een soort juichkreet, wanneer Hij aan alle kanten wordt beschuldigd, dat Hij de zoon des mensen is, “komende op de wolken des hemels” .  Op hemelse wolken. Dat betekende het voor Hem: de verschijning van Zijn Vader, verborgen in een wolk. Verborgen in een mens. Want we zijn met verborgen dingen van God bezig. Dan staat er in vers 10:  “Ik ben in hen verheerlijkt.” Hoe zit dat dan? Dat de gedachtewereld Gods, die God zó graag uit, in hen een plaats heeft gevonden. En dan begint het te glanzen, je wordt licht. Prachtig! “De heerlijkheid die Jij Me gegeven hebt”, zegt Hij in vers 22, “die heb Ik aan hen gegeven.” Dezelfde heerlijkheid. Wat voor heerlijkheid is dat? Heb je dat wel eens gelezen in Johannes 1 vers 14? “De heerlijkheid als van een eniggeboren zoon”. Dat staat er. Heerlijkheid als van een eniggeboren zoon, niet ‘de zoon’, ‘Een zoon’ staat er in de grondtekst. En als je één zoon hebt, wat betekent dat? Die is de erfgenaam van alles. Dus wat liet Jezus ons na, testamentair? Want Hij is echt dood geweest. Wat is de prachtigste erfenis? Wat denk je? De Vader leren kennen! De Vader kennen. Dát is leven, dan leef je echt. Door Zijn Geest. Nog nooit had iemand permanent de Heilige Geest ontvangen. Dat was altijd bij vlagen in het Oude Testament, of het ging via engelen. Maar van Jezus wordt gezegd in Johannes 1 vers 32 en 33: “op wie Hij blijft.” Hij was de eerste op wie de Geest bleef. En de Geest zal ons ook nooit meer verlaten wanneer we in Hem blijven. Nooit meer. Want alle dingen van God, Zijn hele gedachtewereld, heeft Hij gegeven aan Jezus, één mens. “Al het Uwe”, zegt Hij, “is het Mijne”. Gods hele herstelvermogen, Zijn heerlijkheid, heeft Hij aan die Ene gegeven. En die Ene deelt uit en vermenigvuldigt. En dan staat er in Johannes 17 vers 23:  “Die heb Ik hun gegeven met het doel dat zij één zijn, zoals Wij één zijn. Ik in hen en Gij in Mij zodat zij volmaakt zijn tot één.”
Nou, dat woord ‘volmaakt’ is nèt iets te perfectionistisch. Daar staat letterlijk: “Opdat zij voltooid mogen zijn in één.” Of: opdat zij voltooid mogen zijn tot één. Dus ik ben, als ik alleen ben, niet af. Ik ben niet compleet. Ik bén pas één, samen met Hem. Want wat is er eerst geschapen? Een mens. En die is opgedeeld in twee, de ene heette Adam en de ander heette Eva. Die namen zijn veel later gekomen. Dus wanneer zijn ze weer mens? Als ze weer bij elkaar zijn. Dus: Adam + Eva = mens, mensheid. Dan ben je ook vruchtbaar. Jezus én Zijn gezalfde vrouw. De nieuwe Adam en de nieuwe Eva, samen. Want als je dan één bent, dan bén je. En als uiteindelijk God verbonden is met die geestvervulde mensheid, zodat Hij alles kan zijn in allen, dan ìs Hij. Dan is Hij geworden wie Hij is. Dan zal Hij zijn, wie Hij eigenlijk had willen zijn. Alleen is maar alleen. Het is niet goed dat de mens alleen is en God vindt het ook niet fijn om alleen te zijn. En snap je nou dat Jezus zegt: Lieve mens, als je leven wil, blijf in Mij, gelijk Ik in jullie. Samen zijn wij één. Dat is één. Dan ben je van binnen één en niet meer verdeeld. Ik vind dat prachtig. Dan de zin: “Verheerlijk Uw Zoon, opdat Hij U verheerlijke, wil Je dat doen Vader?” Dan denk ik: zoek daar eens een beeld bij. Nou, een heel eenvoudig beeld: stel dat je prachtige kleding krijgt, helemaal in het nieuw. Kleren die je zelf hebt uitgezocht, een mooie mantel erbij. Wanneer je die kleding draagt, zeggen de mensen: “Wat een mooie kleren!” Je oogst bewondering. En jij zegt op jouw beurt: “Ja, mooi hè? Die heb ik van mijn Vader gekregen.” Dus zó verheerlijk ik mijn Vader, want Hij heeft mij bekleed. Dat is een heel eenvoudig voorbeeld om te laten zien hoe dit zit. En Jezus is zo in en in blij dat Zijn volgelingen dat geloven. En eerlijk gezegd: ik ken zelf ook geen grotere vreugde, dan wanneer iemand gelooft wat wij geloven. Jezus laat het werk van God in Zich gebeuren. Dat is mooi, dát is verheerlijken. Een heerlijkheid als van een eerstgeborene, vol van genade en waarheid. Als dat toch eens jouw uitstraling is. Zou je het willen? Wat zullen de mensen op aarde blij zijn als ze christenen tegenkomen, in wie geen bedrog is. Ze komen jou tegen, en jij bent bekleed met die heerlijkheid: namelijk genade en barmhartigheid. Dàt is jouw uitstraling. Wat heerlijk om betrouwbaar te zijn, dat is zó goed voor ze. Dan ervaren ze wat de schaduw van de Almachtige is, want dat ben jij. En je geeft ze die schaduw, want je vergeeft, je bent barmhartig, een christen in wie geen roddel is. Dat is toch prachtig! Een christen in wie geen geweld is. En dan merken de mensen dat God genade is. En dat Hij goed is. En als mensen zeggen: “Ik vind jou zo aardig.” dan komt dat omdat God zo aardig is. Eerlijk wezen. Je hebt immers de kleding van je Vader gekregen.
Dan staat er in vers 2: ‘Hij heeft de macht gegeven over alle vlees.’ Het woord ‘macht’ betekent hier: mogelijkheid. Jezus heeft van God de mogelijkheid gekregen om aan alle vlees eeuwig leven te geven. Nou, als je daar geweld bij gebruikt, dan werkt het niet. Want van God gaat geen geweld uit. Jezus heeft de mogelijkheid om eeuwig leven uit te delen. Hij zegt: en die mogelijkheden geef Ik nou aan jullie. Wil je eeuwig leven? Graag. Nou, geloof ons. Wie de Zoon gelooft, die heeft dat. En wie jou gelooft, krijgt ook dat eeuwige leven. Dus macht is mogelijkheid. ‘Alle vlees’, dat zijn alle mensen hoor, niet de dieren. En de huisdieren dan? Nee, die gaan niet naar de hemel. Hun nakomelingen komen wèl op de nieuwe aarde.
 
Nou moet je eens kijken naar vers 2, wat daar staat (Joh 17:2b): ‘Hij heeft gegeven alle macht, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te geven’. Anders lees je het nog maar in vers 6: ‘Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen, die Jij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Jij hebt hen Mij gegeven.’
Dus zie je het gebaar van God? Dat Hij zegt: Ik heb mensen en waar kan ik ze naartoe brengen? Hé, daar is een goede herder. Daar breng Ik ze heen, Ik geef ze aan Hem, dan zijn ze in goede handen. Jij bent in de eerste plaats een gift van God aan de Heer, mooi hè? Hij is zó zorgzaam voor jou dat Hij een onderkomen voor jou zoekt, veiligheid. En als jij dan eerst een lammetje bent, net als Jezus, het Lam Gods, en je groeit op tot een schaap, dan krijg je van lieverlee ook de mogelijkheden om herder te worden. Want wie nooit echt een lammetje geweest is, zal ook nooit een goede herder worden. David: waarom was hij zo’n goede herder? Hij zegt: ‘Omdat de Heer mijn herder is.’ Daar heb je het geheim. Je weet dat er over je gewaakt wordt, en daarom kun je waken over een ander. Mooi hè. Je bent een gift en tegelijkertijd heb je er oog voor dat God Zijn mensen bij jou onder een veilig dak kan brengen. Daar heb je de herberg uit de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. In het Grieks staat er ‘pandocheion’ en dat betekent: Alles opnemend.
 
In 1 Petrus 5:2 staat: “Hoed de kudde Gods, die bij jullie is.” Dus het is Gòds kudde. En hier is een deel van die kudde. Nou, daar kun je over hoeden. Je bent aan elkaar gegeven, wees zuinig op elkaar, bewaar elkaar. Vooral voor de boze natuurlijk, want dat is een verantwoordelijkheid die je hebt. Dan zegt Jezus: “Eeuwig leven geven.” In een andere vertaling staat: ‘Eeuwigheidsleven’. Dat vind ik een mooie term, het heeft zo’n hoge kwaliteit. Eeuwigheidsleven. Dat is de kern van het evangelie. Want eeuwigheidsleven is: de Vader kennen en deelgenoot worden in dezelfde Geest. Dat is de kern van het evangelie. Als je dat evangelie niet vertelt, vertel je een fout evangelie. Anders gezegd: de kern van het evangelie zijn niet de wonderen en tekenen. Die volgen als je het goede evangelie vertelt. Dus laten we maar rustig op zoek gaan naar het goede evangelie. Heil en goedheid zullen me volgen, daar heb ik geen omkijken naar, want het volgt mij wel. Het gaat vanzelf, want in Marcus 16: 20 staat: “Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden.”
Dus wie is medewerker van de discipelen? Zo zit het in elkaar. Het volgt vanzelf. Als je Gods woord aanneemt, schiet het wortel in je. En als het woord in jou wortel schiet, dan word je ook woord. Als de boom goed is, dan krijgt hij vruchten naar zijn aard (Genesis 1: 12), dezelfde vruchten, de woorden Gods. Het ontroert me diep. Wie goed luistert, hoort veel woorden Gods. En dat is nou de vrucht van de Geest. Want als je oren hebt om te horen, moet je eens horen wat je hoort. Al die woorden die komen op, die ontspruiten.
 
Nog even een zij-straatje: Weet je dat het woord ‘kracht’ in het hele Johannes-evangelie niet voorkomt? Dat is ook wat! Kracht, macht, en weet ik veel… Nee. Wel leven, en geloven, altijd als werkwoord bij Johannes. Een woord dat vertrouwen en liefde bewerkt. Maar het woord kracht komt niet voor. Mooi hè. Want wat is Gods grote kracht? Johannes zegt: Dat is dat Hij zoveel van je houdt. Dàt is Zijn kracht. Ondanks alles, hoe je er ook uitziet, wat er ook met je is, maar God zegt: Jongen, dit krijg je niet kapot. Jij kan Mij niet ontnemen dat Ik van je houd. Ook al scheld je jezelf uit… niet doen hoor. En daarom is God kennen, hetzelfde als God vertrouwen, dan heb je gemeenschap, dan heb je omgang. Dat is kennen. Dan ben je aan Zijn boezem. Een beeld dat Johannes ook van zichzelf zegt in zijn verhouding met Jezus. En Jezus was aan de boezem des Vaders. Dan zit je het dichtste bij Hem. Dan kun je Hem horen, verstaan. Hem kennen. En als je Hem kent, dan kun je net als Jezus Hem ook dóen kennen aan anderen. Want Hij zegt: Ik spreek zoals Ik gehoord heb. Uit mezelf niet hoor, zegt Hij, maar wat Ik hoor, dat zeg Ik. Dat heeft Hij van Zijn Vader gehoord. Hij had niet allemaal stemmen in Zijn hoofd, maar het gaat om de gedachtenwereld die de Geest openbaart. In de Geest heb je omgang. En nou zijn er mensen die scheiden gedachte en woord. Die scheiden God en Jezus. Ze vinden bijvoorbeeld Jezus ontzettend aardig enzo, maar God blijft een grote onbekende. Alsof die te scheiden zijn. Terwijl Jezus het zo vaak heeft over: Mijn Vader en Ik zijn één. God is niet anders dan dat Ik doe. Sommigen zeiden: Ik heb een hele andere voorstelling van God. Ja, was zijn antwoord, dat heb je ook en dààrom ben Ik gekomen om dat recht te trekken. Welk godsbeeld heb je? “Wat is waarheid”, zegt Pilatus, die arrogante figuur. Zo van: discussie afgelopen. En de waarheid stond in levende lijve voor zijn neus. Het is maar wat je zien wil. Sommigen hebben het graag over een hele vage God. Die is erg in op het ogenblik hoor. Die kun je vormen met van alles en nog wat, als het woord ‘God’ maar klinkt. Dan zeggen sommigen: Dat is mooi! Ze noemen Hem dan een ‘Iets’ of een ‘idee’. Er is ‘iets’, zeggen ze. Ik heb een man horen zeggen: Ik heb vroeger wel in God geloofd, maar Jezus, daar kan ik niks mee. En dan denk ik: Je kent Hem niet, noch de Vader. Want ze willen wel in God geloven, maar niet die…Jezus. Of God als boeman: met dat beeld van God ben ik opgevoed. Een onberekenbare God. Ik was als kindje altijd bang voor God. Jezus zat wat dichter bij, daar was ik niet zo bang voor, daar durfde ik ook wel tegen te bidden: “Here Jezus houd over mij de wacht”, enzo. Ik vond Jezus aardiger dan God, maar ik was ook eigenlijk wel een beetje bang voor Jezus hoor. Bang voor een verkeerde gedachte over een rechterstoel.  En dan al die verhalen waar je mee bang gemaakt werd. Bang voor de zogenoemde boetepredikers, altijd bang.
 
 God is niet te filmen. En Jezus ook niet. Is niet te filmen. Want ze zijn allebei geest. Dat is een doordenker hè. Ze zijn niet te filmen, je kan het niet zichtbaar vastleggen. Jezus is geen idool. Dat zul je in de toekomst steeds meer zien: dat Jezus een idool gaat worden, een afgod. Dat is een niet-god. U kent allemaal het gebod: (Exodus 20:3) ‘Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.’
Ik heb altijd gedacht: Zoveel goden voor Gods aangezicht, dan kun je niet meer zien wie Hij is. Hoe krijg ik die andere goden weg? Die verduisteren Gods aangezicht. Dan moet je erachter kijken. Aangezicht betekent altijd: je hele wezen. Nou heb ik het eens in het Hebreeuws opgezocht. En daar staat een letterlijke Engelse, interlineaire vertaling bij. Moet je eens kijken wat er staat: “Not He shall be to you gods other ones before face of me”. Zo staat het er in het Hebreeuws. In het Nederlands: Niet zal Hij zijn voor jullie goden andere voor gezicht van mij. Ga eens denken. Wat staat daar? En het is geen wonder dat God zijn geboden begint door dit te zeggen. Wat is er namelijk met God gebeurd in de loop der geschiedenis, vanaf het paradijs? Er is een afgod van gemaakt!  In het buitenland hadden ze allemaal afgoden en Israël dacht: wij willen er ook eentje, maar dan een die sterker is. Gewoon een rivaliteit tussen allerlei goden. “En God zal niet voor jullie zijn, zoals de goden van anderen.” Hij is anders, anders dan alle andere goden. Dus die ellendige voorstellingen van een ontzagwekkende, wraakzuchtige God, met bliksemstralen en al, die kloppen niet. Of een vage God waar je alles in kwijt kan. God zegt: Zo ben ik niet, jullie moeten van mij niet een God maken zoals andere volkeren dat doen. En andere volkeren zijn andere religieuze denkrichtingen. Dàt is een mooie doordenker! En weet je dat de profeten hun hele leven tegen afgodendienst hebben geageerd? Maar Israël deed dat in de naam van God. Ze dachten dat ze een afschrikwekkend godsbeeld in stand moesten houden. In een twistgesprek met Jezus zeggen de schriftgeleerden: “ Ja, wij noemen God ook Vader.” “Ja”, zegt Jezus, “Maar bij jullie is de duivel je vader en die noem je god.(Joh. 8 vers 44). Die vermenging is begonnen in het paradijs. Want daar zegt de duivel: “Ik wil dat jullie worden zoals God. Kennende goed en kwaad.” Daar heb je het. Kennende goed en kwaad. Alsof mijn Vader iemand is die goed èn kwaad kent. “Kennen” betekent “gemeenschap hebben met”. Geen wonder dat God zegt: “Maak van Mij geen god zoals iedereen dat wil en doet.” En ik denk dat dat de grootste verzoeking is. Wij zijn met kostbare dingen bezig hoor. Je gaat steeds duidelijker het gezicht van God zien. En in vele mensen zie je een deel van het aangezicht van God. Het is maar hoe je kijkt. Maar het is de grootste verzoeking om van God en van Jezus een ander te maken dan die ze zijn. Dan is de ‘Ik ben’ de ‘Ik ben’ niet meer. Dan heb je er van alles bij verzonnen. Ja, alle profeten hebben er tegen gewaarschuwd en de meeste hebben dat met hun leven moeten betalen. Door wie zijn de profeten vermoord? Door mensen die zeiden dat ze God kenden. ‘Uit eigen kring’. Jezus noemt zo’n geslacht ‘een overspelig geslacht’. Want Jezus zegt in Joh. 17 vers 3, en dat vond ik opvallend: “dat zij U kennen” en dan: “de enige waarachtige God.” “De enige” zegt Jezus hier, de unieke. Dat is dus exclusief het kwaad. Je mag God niet vermengen met iets kwaads, iets gewelddadigs en ook niet met iets van afgodisch. En de grootste verzoeking is denk ik als je dat doet. Als je mee gaat met de grote massa. Jezus heeft die verzoeking ook gehad. “Als je één knieval voor me maakt”, zegt de duivel, “dan krijg je de hele politieke macht over de aarde.” Één knieval. En wie valt in die verleiding? Wie maakt die knieval en krijgt heel veel macht in de hemel en over de hele aarde? En dat is nou de anti-christus. En hoe noemt die zich? De christus! “Hij is teruggekomen” zegt men, “en er is overal vrede.” En dan is er een heel klein groepje dat zegt: “Nee.”, maar dat is een ander verhaal. Lees 2 Cor. 11 vers 4 maar eens, waar Paulus schrijft: “Als de eerste de beste een andere Jezus predikt dan wij gepredikt hebben, of dat je een andere geest ontvangt” - Dat werd tegen een gemeente gezegd-  “of dat een ander evangelie verteld is, dan verdragen jullie dat heel goed.” Maar Paulus had er mee te maken. Andere Jezus, andere god, ander evangelie. Dat ging erin als koek. Duidelijker kan toch niet. Toen heb ik gedacht: “Bid dat je niet in verzoeking komt om van God een ander te maken dan Hij is.” Dat is een grote verzoeking. JHWH, Ik Ben. Jezus betekent hetzelfde als Jozua, Joshua. Het is Latijns/Grieks, het betekent ‘JHWH redt.’ Waar redt die je dan van? Van het verkeerde godsbeeld. En daarom ergerden velen zich aan Jezus, omdat HijHijH   een heel ander godsbeeld neerzette. Een mannetje uit Nazareth. Iemand waarvoor men het aangezicht verbergt, zegt Jesaja. Hoe vind je dat? Dus er komen dagen dat ze hun aangezicht verbergen voor jou, want ze willen niet met je omgaan. Want een knecht staat niet boven zijn heer hoor, niet vergeten. Dus, het werk te voltooien, dat is eigenlijk de Vader doen kennen. En de discipelen kenden Hem. Die kenden Zijn Vader. “En nu kan ik weggaan”, zegt Jezus. “Ik ga weg, maar ik laat je niet als wees achter.” En voor ‘wezen’, staat er eigenlijk in het Grieks: ik laat je niet vereenzamen. En dat is denk ik het ergste wat een mens kan overkomen: alleen zijn. Je kan zelfs hier zitten en je hopeloos alleen voelen, dat kan. Alleen is zo erg. Hij zegt: “Ik blijf bij je hoor, want samen zijn we één. Samen zijn we iemand.” En dan zegt Hij aan het eind: “Verheerlijk Mij bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik had eer de wereld was.” Daar staat iets heel moois eigenlijk. Ik las in een andere vertaling: “Verheerlijk Mij mèt Uw eigen Zelf.” Dat is mooi! Verheerlijk Mij met Uw eigen Zelf. Zo van: dat U Mij bekleedt zoals U het mooi vindt. En dan lijk ik op U. Met Uw zelf. Opdat Ik ben. En ik heb de gedachte, de laatste tijd: “Als ik dàt durf te zeggen:” ik ben”, dan denk ik dat ik vrij ben; tenminste, op de weg der vrijheid wandel. “Ik ben”. Niet meer afhankelijk van het oordeel van anderen en zelfs van hoe ik mezelf beoordeel. Maar dat ik daar, misschien als een heel klein peutertje, sta. Mààr, ik ben! En dat is zó kostbaar. En dat schijnbaar fragile, dat schijnbaar zwakke en tere, dat blijkt uiteindelijk je grootste kracht te zijn. Dat is de omgekeerde wereld. In de wereld telt wat hoog is, beroemd. Veel rivaliteit, prestatiedrang enz. Dan houd ik me liever aan de uitspraak van Paulus: “Als ik zwak ben, afhankelijk van mijn hemelse Vader, dan krijg ik van Hem de mogelijkheden om Zijn wil te doen.” En Zijn diepste verlangen is om lief te hebben. Laat je door Hem liefhebben en je zult dan ook liefhebben zoals Hìj liefheeft. Dàn ben je een kind van God en zal Hij jou verheerlijken en jij Hem.     Amen.
 
 Gebed:
“Lieve Vader, leer ons in Uw Geest lief te hebben. Bewaar ons voor de verzoeking U anders te zien dan U bent. Zó komt Uw koninkrijk, Uw vriendelijke zachtmoedigheid in ons tot leven. Dank U wel dat U bent die U bent, alleen maar licht en liefde. Dank U dat we U steeds beter leren kennen, dank zij Uw zoon. Dan worden we langzamerhand Uw beeld.  Amen”.